Categorieën
Theologie

Recensie Jezus in christendom en islam – Eduard Verhoef

De nieuwtestamenticus en Islam-kenner Eduard Verhoef kreeg tijdens lezingen vaak de vraag wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen Jezus in de islam en Jezus in het christendom. Dit heeft geresulteerd in het beknopte en helder geschreven boek Jezus in christendom en islam. In ruim honderd pagina’s laat Verhoef zien hoe de visie op Jezus, oftewel de christologie, bij zowel het christendom als de islam zich heeft ontwikkeld en welke relaties daartussen zijn.

Bruggen slaan

In zijn betoog probeert de auteur een brug te slaan tussen beide religies om zo te komen tot een “samenleving waarin mensen met verschillende visies naast elkaar staan in plaats van tegenover elkaar” 1. Mijn aanvankelijke interesse in dit boek was vooral gewekt omdat ik meer wilde weten over wie Jezus is in de islam. Het boek stelt daarin zeker niet teleur en geeft een goed, zij het summier, beeld hiervan. Daar tegenover plaatst de schrijver ook de visie op Jezus in het christendom en legt vooral de nadruk op hoe deze zich ontwikkeld heeft. Er bestond in de eerste eeuwen van onze jaartelling een grote diversiteit aan Jezus-visies waarbij de verschillen vooral ontstonden rond de vragen of Jezus nu daadwerkelijk goddelijk en de zoon van God was en of hij daadwerkelijk uit de dood is opgestaan.

Concilie-christenen en jodenchristenen

Uiteindelijk is de kerk tot een officieel goedgekeurde christologie gekomen: “Jezus is volkomen God en volkomen mens, met twee naturen, een goddelijke en een menselijke, die onvermengd en ongescheiden zijn” 2. Deze visie is vastgesteld tijdens de concilies van Nicea (325) en Chalcedon (451) en Verhoef legt vooral de nadruk op dat deze christologie het product is van een politiek proces wat georkestreerd is door keizer Constantijn om zijn doel “één groot en eensgezind wereldrijk” 3 te ondersteunen. Het gevolg van deze officiële leer is dat andersdenkenden niet worden geaccepteerd, uit de kerk worden gezet en wegtrekken naar het oosten naar gebieden waar de invloed van de kerk minder aanwezig is. De schrijver besteedt in een groot gedeelte van het boek aandacht aan de grote diversiteit die er aan Jezus-visies was. In het boek focust de islamkenner Verhoef vooral op ‘jodenchristenen’ omdat hun visie op Jezus nogal veel overeenkomsten vertoont met de islam. Jodenchristenen waren meestal mensen uit de joodse traditie die ook volgelingen waren van Jezus waren en dus hun oude joodse tradities mengden met nieuwe christelijke gebruiken. Hun visie op Jezus sluit erg aan bij de Jezus-visie die de discipelen hadden in de synoptische evangeliën waarbij begrippen als ‘zoon van God’ en ‘messias’ op een joodse, lees politieke, manier worden geïnterpreteerd, met andere woorden, de christologie van jodenchristenen is een stuk lager dan die van concilie-christenen, zoals Verhoef de aanhangers van de kerkdogma’s noemt.

Mohammed in contact met christendom

Tijdens de ontstaansperiode van de islam moet Mohammed contact hebben gehad met verschillende groepen christenen, getuige de bijzondere rol die Jezus speelt in de Koran. Verhoef schetst een mooi historisch beeld waarin dit vooral christenen moeten zijn geweest met een Jezus-visie die afweek van de visie van de concilie-christenen. Hij laat een goed beeld zien van de vele overeenkomsten tussen de islam en het christendom maar laat ook zien dat er duidelijke verschillen zijn, waarbij de afwijzing van de drie-eenheid wellicht het belangrijkste is.

Waarom dit boek lezen?

Het boek van Verhoef is absoluut de moeite waard om te lezen en schetst een helder historisch beeld van wie Jezus is in de islam en in het christendom. De belangrijkste bijdrage die auteur mijns inziens levert, is dat hij de christologie van de hedendaagse kerk deconstrueert en de aandacht vestigt op de diversiteit van de verschillende Jezus-visies die er geweest zijn en welke rol de politiek die tijdens het ontstaan hiervan gespeeld heeft. Het boek zal vooral van waarde zijn voor eenieder die geïnteresseerd is in christologie vanwege de complementariteit die het zal bieden op de huidige standaardwerken in de systematische theologie. Het boek voldoet wat mij betreft ruimschoots aan de doelstelling die Eduard Verhoef voor ogen heeft: meer onderling begrip en ruimte voor dialoog 4 tussen de islam en het christendom.

Bibliografie

Eduard Verhoef, Jezus in christendom en islam, Middelburg: Skandalon 2021, 124 pp., €18,95, ISBN 9789493220027

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Recensie Christian Ethics for a Digital Society – Kate Ott

Big Tech

Digitale technologie speelt een steeds grotere rol in ons dagelijks leven en de macht van de grote technologieplatformen, vaak Big Tech genoemd, ligt steeds meer onder een vergrootglas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er steeds vaker theologische boeken verschijnen waarin een kritische en ethische reflectie hierop wordt gegeven. Door haar verfrissende aanpak is het boek van Kate Ott is een welkome aanvulling hierop. Zij verbindt op kundige wijze actuele thema’s uit de wereld van digitale technologie aan theologische en ethische reflectie. De auteur, die als docent christelijke ethiek verbonden is aan de theologische faculteit van de Drew universiteit in de Verenigde Staten, gaat in haar boek op zoek naar een manier hoe je als christen op een ethische en verantwoorde manier digitale technologie kan gebruiken om te komen tot een meer diverse en inclusievere wereld. Zij beschrijft en duidt de technologische verschijnselen vanuit het buiten-perspectief van iemand die geen achtergrond in deze materie heeft.

Digitale geletterdheid

Tijdens deze ontdekkingsreis vertrekt ze vanuit haar eigen achtergrond, christelijke feministische ethiek, en geeft een treffend beeld van hoe digitale technologie werkt en op welke manier dit ons leven reeds vormt, hetgeen vanuit technologisch perspectief zeer accuraat wordt weergegeven. Wat dit boek interessant maakt voor de theoloog, predikant en religiewetenschapper, is dat Ott de technologische thematiek op inventieve wijze weet te voorzien van een hermeneutisch vocabulaire, waardoor je in de theologische praktijk beter in staat bent om technologische vraagstukken te interpreteren. Als rode draad door haar boek heen, pleit Ott voor meer digitale geletterdheid (digital literacy) bij christenen. Om tot een goede ethische reflectie en actie te komen, is het essentieel om een basale kennis te hebben hoe digitale technologie werkt en het ons leven vormgeeft.

Algoritmes

Het beste voorbeeld hiervan staat direct in het eerste hoofdstuk van het boek, Programming for Difference, waarin Ott je op indringende manier laat zien hoe algoritmes onze wereld vormgeven en onze keuzes beïnvloeden. Doordat algoritmes zorgdragen voor persoonlijke adviezen op maat lijkt het alsof deze zorgen voor meer diversiteit, echter Ott toont aan dat algoritmes mensen reduceren tot kwantificeerbare eenheden waardoor een “dominantie van gelijkheid” (34) optreedt. Het paradoxale effect van algoritmes is dat zij dus gelijkheid benadrukt en uitvergroot en daardoor diversiteit vermindert. Aan de hand van het verhaal uit de Bijbel over de toren van Babel (Gen. 11:1-9) maakt de schrijfster duidelijk dat diversiteit juist een feature van de schepping van God die wij als christenen zouden moeten nastreven. God veroordeelt het gebruik van één taal omdat dit alle verschillen uit zou wissen en gebruikt de spraakverwarring om meer diversiteit terug te brengen in de schepping. De algoritmes van Big Tech werken volgens Ott als de bouwers van de toren van Babel en benadrukken eenheid in plaats van diversiteit. Dit leidt juist tot uitvergroting en versterking van vooroordelen die reeds in onze maatschappij aanwezig zijn. Ott gebruikt de theologische notie van mede-schepper (co-creator) om de lezer op haar morele verantwoordelijkheid te wijzen en haar op een bewuste en proportionele manier om te laten gaan met algoritmes, om zo op een actieve manier een meer diverse wereld te creëren.

Tech Giants on the other hand consider digital technology and electronic communication a way of regaining what was lost at Babel. They suggest both through translation and the ubiquity of common media that again one language is being created. 1

Identiteit

Ook in de hierop volgende hoofdstukken, die gaan over (digitale) identiteit en relaties, het eeuwigdurende geheugen van digitale platformen en de gevolgen die technologie heeft voor het milieu, weet Ott boeiend de technologische pijnpunten bloot te leggen en hier een theologische en ethische reflectie op te geven. In het laatste hoofdstuk, Ethical Hacking and Hacking Ethics, claimt Ott dat we als christen de mindset moeten hebben van een computer hacker. Het is onze taak om te wijzen op het onrecht en ongelijkheid dat digitale technologie kan veroorzaken en hiernaar te handelen om zo te komen tot een betere, dus meer diverse en inclusievere, wereld.

Waarom dit boek lezen?

Het boek is een goede manier om op een theologische manier over de morele uitdagingen die digitale technologie met zich meebrengt te doordenken. Wel zie je duidelijk in de hermeneutische richting die de auteur kiest, dat zij haar oorsprong heeft in feministische en bevrijdingstheologie. Doordat zij hier vanaf het begin zeer open en duidelijk over is, maakt het dat dit boek extra aanzet om je eigen positie te bepalen en kritisch na te denken. Mijn kritiek op het boek dat het een te eenzijdig beeld geeft over de rol die digitale technologie speelt in ons leven. De focus van de auteur is vooral gericht op de negatieve gevolgen die digitale technologie met zich meebrengt. Om echter tot een genuanceerd ethisch oordeel over digitale technologie te komen, is het aan te bevelen om aanvullende literatuur waarin de voordelen van digitale technologie zijn uitgewerkt te raadplegen.

Bibliografie

Ott, Kate M. Christian Ethics for a Digital Society. Lanham: Rowman & Littlefield, 2019.

Categorieën
AI Technologie Theologie Uncategorized

AI en theologie een mooie combi

Ik las vandaag een artikel van Wido van Peursen, hoogleraar Oude Testament aan de VU in Amsterdam, waarin hij uiteenzet wat de mogelijke impact van kunstmatige intelligentie is op theologie. Zijn betoog is onder andere geschreven naar aanleiding van een satirisch stukje op de website Kanaän Courant (een christelijke versie van De Speld) waarin een dominee AI gebruikt om preken mee te genereren. Ik heb als AI-theoloog wat commentaar gegeven in de vorm van een Twitter-draadje welke hieronder te lezen valt.

Ik ben benieuwd naar jullie visie op AI en theologie, dus laat gerust een comment achter hieronder of neem contact met me op als je hier een keer over wil sparren

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Book review Christian Ethics for a Digital Society by dr. Kate Ott

Introduction

One of the reasons why I am pursuing my master’s in Theology is to connect theology and technology from an ethical perspective. This intersection is a new genre but more and more theologians are starting to write about this topic. The most recent book I read is the book Christian Ethics for a Digital Society by dr. Kate Ott.1 The review starts with setting the stage, in which I will describe the context of the book and the writer. In the subsequent section I will summarize the key points of the book, which will be followed by a review and suggestions for the reader.

Setting the stage

Technology is playing an ever more important role in our daily lives which cries out for a critical and ethical engagement. However, according to the author, dr. Kate Ott, the majority of people isn’t able to provide such a response and react either in “crippling fear” or in “worshipful awe.”2 In her book she tries to move beyond the ignorance of the many, and come up with a critical engagement towards digital technology based on a daily ethical practice. According to Ott, traditional ethics “grounded in absolutes or calculations” will not suffice but different ethical approaches are needed that “embrace growth, interdependence, and creativity.”3 In the book she advocates for Christians to develop a digital literacy, which does not only mean reflection about technology, but also applying this in such a way that this leads to a “more just and inclusive world.”4 The interesting thing about the book is that the author is not a technologist but has a background in feminist theories and sexual ethics.5 Ott, who currently teaches at Drew University in the United States, uses this background and methods to come up with a practical ethical framework based on “embodiment and interdependence with creation.”6 In a way she has documented her quest to a critical and ethical engagement with digital technology from an outsider’s perspective. I have been working in the world of (software) technology for last two decades and I have read her book from a technology insider’s perspective. I must admit that the author has done a great job in explaining what technology does and bringing this into conversation with theology and ethics. The result is a unique book that not only provides ‘food for thought’ but challenges the reader to look in the screen (not in the mirror) and make a change.

Key points of the book

The book is structured around four themes from the world of digital technology: algorithms, social interaction using digital technology, archiving and surveillance technology and the environmental impact digital technology has on our planet. Each chapter provides an introduction to the topic and a critical theological and ethical reflection, or as the reviewer Jen Jones puts it “Each chapter extends discernment of digital technology encompassing individual, relational, and societal considerations and implications.”7 In the concluding chapter Ethical Hacking and Hacking Ethics, Ott drives the key points of the previous chapters home in proposing to approach digital technology like an ethical hacker. Hacking normally has a negative connotation to it, but transforming the digital society requires the mindset of a hacker and entails “the ethical call to gain access to the ecosystem of digital technologies and define the vulnerabilities to be patched as the perpetuation of social inequalities and injustices.”8 I will briefly discuss the key points of each chapter (theme) below.

Algorithms

The first chapter about algorithms, called Programming for Difference, is a topic that is closely related to my professional life.9 Algorithms are one of the most important components of digital technology and they mediate how we interact with the world. Based on data, algorithms make predictions that e.g., inform our internet searches, movie recommendations and social media feeds. In a way, algorithms adapt towards our needs and they make our lives more individualized and seem to promote diversity.10 However, Ott is quite right when she exposes the algorithmic paradox of diversity, as algorithms reduce human beings to quantifiable units and impose an “imperial dominance of sameness.”11 People are much more homogeneous than they are willing to admit and algorithms reflect and amplify their cultural biases. Many people unconsciously accept what the algorithms feed them and in this way, they are unaware of how the values of these algorithms shape their lives.12 Ott uses the Tower of Babel narrative (Gen. 11:1-9) to analyze algorithms from a theological and ethical point of view. This story is one of the most frequently used stories in the Bible used by theologians and biblical scholars, when they want to put technology in a biblical context. The key message is that humans in our era use technology in order to become more like God themselves, and in this way they resemble the people who tried to build the tower of Babel. God punishes the people by bringing confusion among the people by letting them speak different languages. Ott has a different hermeneutical approach, which clearly reveals her roots in feminist theology, emphasizing that it was God’s intention to have multiple languages as this is a token of diversity which is “a defining feature of creation.”13 In her opinion it is not the building of the tower that God condemns, but it is the use of a single universal language that erases all differences.14  She quotes the American professor in journalism Jack Lule to underscore how digital services providers in our time can be compared to the Babel narrative:

Tech Giants on the other hand consider digital technology and electronic communication a way of regaining what was lost at Babel. They suggest both through translation and the ubiquity of common media that again one language is being created.15

The quote above is a good example of the algorithmic paradox Kate Ott brings forward in her book. Algorithms are the language of our time and shape our culture in such a way that many are unaware of. One of the best parts in the book that I wholeheartedly agree with, is that she calls for a digital literacy in order to respond to digital technology in an ethical manner or as she puts it: “everyday ethical living in a digital world requires curiosity and basic literacy with how digital technology functions.”16 An appropriate ethical response to algorithms starts with an awareness how they function and how they do not promote diversity by default. Ott’s call to action is to actively stand up and defy algorithmic bias as much as one proportionally can. Those with greater knowledge and influence on how algorithms function, think of programmers or data scientists, have a greater responsibility than those who are end users.17 By actively engaging and by deliberate interaction with algorithms we become more digitally fluent and are co-creators who are asked to actively promote diversity and prevent that we all speak the same language powered by algorithms.

Social interactions on digital platforms

In the second chapter, titled Networked Selves, Kate Ott zooms in on the role digital platforms play on relationships people have with themselves, others and God. A lot of interactions between humans has shifted from the physical world to the digital world and especially social networking platforms, often referred to as social media, play an important role in this. This networked understanding of the self is the key ingredient of this chapter and Ott focusses on the role data plays in forming our identity, Ott calls this the datafied self, and our relationships with the other and God.18  Just like in the previous chapter it starts with the awareness of the role digital platforms play in the formation of our own identity; digital technology is no longer something separate, but it is completely integrated in our “being in the world,” in other words, we are “datafied, embodied, and spiritual beings.”19 This construct poses all kinds of moral questions about who we are supposed to be in relationship to ourselves, the other and to God, and for this Ott introduces the theological notion of attunement to help us orient ourselves. Attunement based on a trinitarian understanding of God is a model for being an innovative Christian that supports a networked approach of relationships and promotes inclusivity.20 The ethical approach that follows from the notion of attunement latches on to the approach how to deal with algorithms, as it was set out in the previous chapter. It starts with the awareness of how digital technology is using data to instrumentalize our relationships, especially on social media platforms, and how the algorithms used are based on values of the digital world.21 The algorithms can make us feel very networked, you can e.g. 500+ friends on Facebook, but they do not promote deeper relationships. The core value of attunement is to understand how this works and what role this plays in our lives.22 The identity that the algorithms compose of us is based on the data they have collected and processed, and this influences who we meet and what we see.23  This can have moral implications which many are unaware of. Digital platforms, powered by their algorithms, can promote bias and make us blind for the otherness of the others. An appropriate theological and ethical response, based on the notion of trinitarian attunement, is that we “recognize, understand, and liberate ourselves and society from racism and other moral deformations of our digitally embodied spirits if we are to live into God’s example of difference in unity as the imago dei of a networked self.”24

Archiving and surveillance technology

The previous chapter focused mainly on the way digital technology shapes our personal lives and relationships. In the third chapter Moral functions beyond the Delete key the primary focus is on how the boundary between private and public information is being changed by digital technology which raises ethical questions about privacy and surveillance.25 Digital platforms are a huge archive of all the digital interactions we have done, so every search, click, like and swipe is being stored and being used by the algorithms of the digital platforms. It seems that these platforms remember everything and that we live in a world where “forgetting has become a luxury.”26 In this chapter Ott focuses on the concept of forgiveness in the context of digital platforms that never forget. She uses the theological notion of metanoia for this and this is described as “the process by which faith positively enables the human capacity to make change.”27  The culmination of the amount of data archived has social shaping consequences at two levels. On the one hand it influences individual people’s behavior which raises moral questions about privacy, and on the other hand, at a more aggregated level, it raises questions about social surveillance. Again, data and algorithms have more impact on shaping behavior than the majority of people is aware of. And especially because of the “indelible nature of digital data” this can have great consequences.28 As seen in the previous chapters, an ethical response to this starts with awareness and deliberate actions on both the personal and legislative level.29 Some scholars suggest that a good response would be to be able to delete the data, however Ott claims that she prefers accountability at personal and systemic level (metanoia) over erasure. This would lead to better and restored relationships with others and with God.30

Environmental impact

The last theme Kate Ott covers in her book is about the environmental impact digital technology has. This chapter, dubbed Creation Connectivity, addresses a much-overlooked aspect of digital technology, which is the impact it has on the environment and the natural resources that are consumed. Since many people perceive digital technology as a potential solution to help fight environmental damage, they often don’t associate this with the environmental damage it inflicts.31 Ott argues for an “ecologically friendly digital technology” which is based on a theological model of interdependence with creation.32 This all starts, again, with raising awareness of the ecological footprint digital technology is making and for this Ott suggests the notion of mattering which is described by the sociologist Jennifer Gabrys as “it is a way to make an intangible both materially visible and have relevance or value.”33 By making the intangible visible, it should provoke people to think and ultimately would lead to an ethical response. Ott concludes the chapter that “awareness about the digital environmental impact is an important aspect of digital literacies” and this is an important ingredient for a Christian moral responsibility for a more just and diverse world.34

Ethical hacking

In the last chapter of the book, Ethical Hacking and Hacking Ethics, the author wraps her call to action up in the notion of ethical hacking. Hacking to her is an “ethical call to gain access to the ecosystem of digital technologies and define the vulnerabilities to be patched as the perpetuation of social inequalities and injustices.”35 The ethical responses she proposed in the previous chapters are about diversity, attunement metanoia and responsible co-creation.36 All can be summed up as increasing digital literacy in order to make a change. Ott argues that using a theological mindset can help us find a hermeneutical vocabulary that will help us interpret digital technology, and help us become a better datafied, spiritual and embodied being.37

Review and suggestions for the reader

Books about technology treated in the context of theology is an upcoming genre and I have read a couple of them. This book is clearly different, because of the author’s focus on social ethics and her outsider’s perspective. Ott does a great job in describing the current technological landscape and has clearly become proficient in what is happening in the world of digital technology. I must admit that, especially in the first chapter, she hits the nail on the head in discerning in how digital technology is influencing and shaping our lives. I also absolutely agree with her that we need to increase our digital literacy in order to start using digital technology in an ethical, responsible way. In the book theological and ethical concepts are innovatively intertwined and will leave the reader with lots of ‘food for thought’. The book is especially interesting for practitioners who want to learn more about how they should engage with digital technology in their Christian environment. This book will be helpful for e.g. ministers, theologians and philosophers. The book is less suited as a practical how-to guide in how to navigate as a Christian in the world of digital technology since it is more of an academic work. I found the chapter about the impact that digital technology has on our environment an eye-opener and I think lots of work has to be done in that space.

When you read the book, it becomes clear the author has a background in social and feminist/ womanist ethics. Her focus is predominantly on the power and biases digital technology embodies and how this can oppress and marginalize minorities and lead to less fair and unjust world. In my opinion she focuses too much on the oppressive and negative aspects that digital technology brings to bear and has left out counterexamples on how digital technology can help in creating a better world. The real world of digital technology, in my opinion, is more nuanced than the picture Ott paints. There are also many examples available on how e.g. algorithms and social media have increased the opportunities for refugees and helped physicians in third world countries to provide better care.38 My recommendation to other readers would be to complement reading this book with a book that focuses more on the positive outcomes digital technology offers. By contrasting and comparing both books one gets a more nuanced and better understanding on how digital technology works and what impact it has on our personal lives and society. Based on this, a robust ethical response can be grasped. In sum, I would definitely recommend reading this book for any Christian theologian or minister who is interested in the ethical consequences and workings of digital technology. Ott does an outstanding job in exposing the power digital technology has on our society and how this can lead to an unjust society. However due to the lack of focusing on the upside of digital technology I would recommend reading additional literature to inform one’s ethical response to digital technology.

References

Ficatier, Antonin. “Book Review: Kate Ott, Christian Ethics for a Digital Society.” Studies in Christian Ethics 33, no. 1 (2020): 130–133. https://doi.org/10.1177/0953946819883780d.

Jones, Jen. “Book Review: Kate M. Ott, Christian Ethics for a Digital Society.” Journal of Moral Theology 9, no.1 (2020): 249–250.

Ott, Kate M. Christian Ethics for a Digital Society. Lanham: Rowman & Littlefield, 2019.


Notes

.

Categorieën
Algemeen Theologie

Ervaringen met preken zonder publiek

Het uitzicht vanaf het podium.

Nadat ik vorige week al een blogpost geschreven heb met 5 tips over hoe te preken zonder publiek, mocht ik deze vandaag, 22 maart 2020, in praktijk brengen. Ik mocht vanochtend voorgaan in mijn eigen gemeente, de Vrije Evangelische Gemeente in Elburg en wil in deze blog mijn ervaringen delen. Ik heb deze uitgewerkt in 5 aanbevelingen/ tips waarmee je je voordeel kan doen.

Aanbeveling 1. Kijk in de camera, daar zit je publiek

Tijdens een digitale kerkdienst kijkt het publiek als het ware door de lens van de camera naar jou. Het is daarom goed om in de camera te kijken en te blijven kijken. Mocht je teveel ergens anders heen kijken, vraag dan de cameraman om je middels een handgebaar hieraan te helpen herinneren. Het helpt enorm als je een paar personen (op gepaste afstand uiteraard) op een strategische manier in de zaal zet. Zij kunnen reageren en knikken op de dingen die jij als spreker zegt.

Aanbeveling 2. Digitale interactie

Dankzij de moderne technologie kun je tegenwoordig gebruik maken van hulpmiddelen om digitale interactie met je publiek te krijgen. Ik heb tijdens mijn preek gebruik gemaakt van Mentimeter om de mensen te vragen te reageren op het woord ‘vertrouwen‘. Het publiek kan zo op een digitale manier reageren. Daarnaast bieden uitzendplatforms als Facebook Live en Youtube ook de mogelijkheid om mensen te laten reageren en/of vragen te laten stellen tijdens de livestream. Iets om extra op te letten bij een livestream via internet is de vertraging; bij de dienst waar ik afgelopen zondag mocht voorgaan was dat zo’n 20 seconden.

Aanbeveling 3. Maak wijs gebruik van Powerpoint

Ik maak als spreker graag gebruik van presentatie-software zoals PowerPoint. Je kan dit vooral gebruiken om je verhaal te ondersteunen en om iets duidelijk te maken. Bij een digitale presentatie is het vooral goed dat de mensen van de techniek denken als een regisseur. Ze moeten creatief schakelen tussen het beeld van jou als voorganger en de presentatie. Wat in beeld komt moet het verhaal ondersteunen en het af en toe schakelen van beeld helpt enorm om de aandacht van het publiek erbij te houden.

Aanbeveling 4. Testen

Dit klinkt als een no-brainer maar het is essentieel om het draaiboek van te voren helder te hebben en uit te testen. Zeker wanneer er geschakeld moet worden tussen meerdere camera’s, computers e.d. is het goed om alles van te voren goed uit te testen. Dit is een aanbeveling die geldt voor het hele team.

Aanbeveling 5. Weet je plek

Als je net als ik een spreker bent die graag heen en weer loopt op het podium, dan is het goed om te weten dat dit voor de cameraman lastig werken is en het niet veel toevoegt voor het publiek thuis. De remedie hiervoor is om van te voren op het podium een gebied te markeren waarbinnen je kan bewegen. Wees je ervan bewust dat het natuurlijk is om te bewegen maar doe dit niet teveel. Kijk bijvoorbeeld eens naar hoe de presentatoren van het 8uur Journaal dit doen.

Voorgaan in een digitale kerkdienst was voor mij een bijzondere ervaring. Er wordt momenteel heel veel hierover nagedacht en geschreven. Een goed (engelstalig) wetenschappelijk artikel over online kerk zijn is een artikel dat geschreven is door Johan Roeland die als religiesocioloog verbonden is aan de VU in Amsterdam. Ik ben erg benieuwd naar uw eigen ervaringen met preken zonder publiek; je kunt uw ervaringen als commentaar hieronder plaatsen of rechtstreeks contact met mij opnemen.

Categorieën
Technologie Theologie

Hoe preek je zonder publiek- 5 tips

Het is vandaag 12 maart 2020 en vanmiddag heeft de Nederlandse regering diverse nieuwe maatregelen afgekondigd om het inmiddels beruchte corona-virus tegen te gaan. De belangrijkste maatregel is dat samenkomsten met meer dan 100 personen tot 1 april zijn afgelast. Minister-president Mark Rutte antwoordde op een vraag van een journalist ‘hoe dat nu moet met kerkdiensten’ dat men creatief moet zijn en bijvoorbeeld dienst zou kunnen streamen. In deze blogpost wil ik een aantal praktische tips op een rij zetten hoe je als voorganger of predikant kan preken zonder publiek.

Verreweg de meeste kerken streamen al hun diensten via internet waarbij de mensen live mee kunnen luisteren. Ook steeds meer kerken maken gebruik van diensten als KerkTV waarbij de kerkdienst met beeld en geluid uitgezonden wordt. Als voorganger hoef je met deze technologie geen rekening te houden tijdens je kerkdienst; het zorgt op een makkelijke manier voor een groter gehoor. Maar hoe moet dat nu met die nieuwe maatregelen? Ga je preken in een lege kerk of ga je een videopreek opnemen? Veel voorgangers zullen zich dan als de voetballers van Valencia en Atalanta Bergamo voelen die de achtste finale van de Champions League wedstrijd in een leeg stadion moesten afwerken.

(S)preken zonder een live publiek is voor veel voorgangers iets wat zij niet vaak bij de hand zullen hebben gehad. Ik heb in mijn werk als Data en AI evangelist (AI = afkorting voor kunstmatige intelligentie) veel online presentaties en trainingen gegeven en heb daarbij met vallen en opstaan geleerd hoe je dit het beste kan doen. Hieronder vind je een vijftal tips die je kunnen helpen om te (s)preken zonder publiek.

Tip 1: doen alsof

De klinkt misschien gek, maar de beste tip is om te doen alsof je voor live publiek preekt. Door je in te beelden dat je voor mensen preekt, zal je preek ook zo overkomen bij de luisteraar/ kijker. Het helpt hierbij ook om fysiek te preken zoals je dat normaal gesproken doet, dat wil zeggen door te gaan staan en te spreken zoals je anders ook zou doen. Het kan helpen om een paar mensen te vragen om als jouw publiek te dienen; wat ook helpt is om een foto van mensen in een kerk voor je te hebben waar tegen je spreekt.

Tip 2: betrek je publiek

Eén van de grootste nadelen van online presentaties en trainingen is dat de verleiding voor de luisteraar om iets anders te gaan levensgroot is. Om dit zo veel mogelijk tegen te gaan, is het zaak om je publiek continu te blijven prikkelen en hen erbij te betrekken. Dit kan je doen door regelmatig vragen te stellen of door je publiek een opdracht te geven zoals bijvoorbeeld het actief meelezen van het bijbelgedeelte. Daarnaast helpt het om de luisteraar/ kijker specifiek in zijn rol als (online) luisteraar/ kijker aan te spreken.

Tip 3. maak gebruik van strategische stiltes

Barack Obama, de oud-president van de Verenigde Staten, is één van de beste sprekers in de wereld en één van zijn technieken is het toepassen van strategische stiltes. Er is wel eens berekend dat 50% van zijn spreektijd bestaat uit stiltes. Deze techniek werkt ook uitstekend als je online (s)preekt. Door af en toe een bewuste, strategische stilte te laten vallen, geef je het publiek de tijd om het voorgaande te overdenken maar het is ook een krachtig signaal om de aandacht er bij te laten houden en er weer bij te krijgen.

Tip 4. gebruik een (goede) microfoon

Het valt mij vaak op dat veel predikanten slecht te verstaan zijn via de livestream. Ze gebruiken wel een microfoon maar deze is vaak niet aangesloten op het systeem waarmee de kerkdienst gestreamd wordt. Als je ervoor kiest om de preek te streamen via bijvoorbeeld Facebook Live of Youtube Livestream, zorg er dan voor dat je in ieder geval een (goede) microfoon gebruikt. Een tip is om bijvoorbeeld de oortjes van je telefoon te gebruiken.

Tip 5. maak van de nood een deugd

Deze tijd is bij uitstek geschikt om te experimenteren met nieuwe technologie. De opgedane ervaringen kunnen later goed van pas komen als je nieuwe initiatieven als bijvoorbeeld het opnemen van een podcast gaat inzetten. Met een dergelijke ‘mindset’ zie je deze uitzonderlijke situatie als een kans om iets nieuws toe te passen en hiervan te leren.

Het zal in het begin onwennig voelen om te preken zonder publiek maar ook hier geldt de aloude wijsheid: hoe vaker je het doet, hoe beter het je zal afgaan. Juist nu in onzekere tijden kan technologie ons helpen. Ik hoop dat deze blog u handvatten en ideeën geeft voor de komende zondag.

Veel zegen in de voorbereiding en uitvoering toegewenst.

Jack Esselink

Ik ben zeer benieuwd naar uw ervaringen met het preken zonder publiek. U kunt een reactie achterlaten op deze blog of via het contactformulier op de contactpagina.

Jack Esselink is (zelfbenoemd) AI-theoloog en veelgevraagd spreker en trainer op het gebied van kunstmatige intelligentie.