Categorieën
AI Essay Ethiek Technologie

Drie veelgestelde vragen over ons AI-gebruik – essay voor De Nieuwe Koers (februari 2026)

Voor het februarinummer van De Nieuwe Koers (DNK) heb ik een essay geschreven waarin ik een antwoord probeer te formuleren op drie veelgestelde vragen over AI-gebruik: word je dommer van AI, kost het niet heel veel energie en wie betaalt uiteindelijk de prijs voor ons AI-gebruik. Je kan het artikel online lezen op de DNK-website of hieronder.

Drie veel gestelde vragen over AI

AI staat voor afnemende intelligentie’ dat is wat de bekende hersenprofessor Erik Scherder eind 2025 zei tijdens een televisie-uitzending van EenVandaag . Dit is ook een van de meest gestelde vragen die ik krijg als ik lezingen en workshops over kunstmatige intelligentie geef waarbij men zich zorgen maakt of mensen dommer worden van AI. Andere veel gestelde vragen gaan vooral over de vaak onzichtbare impact die het gebruik van AI heeft op ons klimaat en over de uitbuiting van de mensen achter de schermen die het zware en vaak slecht betaalde werk doen om deze systemen mogelijk te maken. Sommige christenen gaan hierin zelfs zo ver dat ze geen AI meer gebruiken 1 vanwege de impact die het heeft op duurzaamheid en gerechtigheid. In dit essay ga ik uitgebreid in op deze drie veelgestelde vragen over het gebruik van AI. Ik probeer door middel van feiten en achtergrondinformatie de zin en onzin te onderscheiden die het maatschappelijke debat hierover vaak vertroebelen, en een genuanceerd beeld te schetsen dat jou als lezer kan helpen om zelf een zorgvuldige morele afweging te maken omtrent jouw AI-gebruik.

Vraag 1: Word je dommer van AI?

Het is nog maar drie jaar geleden dat de lancering van ChatGPT 2 het startsein voor het huidige Ai-gebruik inluidde. Waar AI eind 2022 nog voelde als toekomstmuziek is het anno 2026 voor velen een onmisbaar hulpmiddel geworden waar je hulp kan krijgen op allerlei vlakken zoals het maken van je huiswerk, het schrijven van een email op een vriendelijke toon en zelfs geeft het antwoorden op diepe levensvragen. Iedereen die wel eens met AI gespeeld heeft, is in eerste instantie onder de indruk van wat er allemaal mogelijk is. Tegelijkertijd vragen steeds meer mensen zich af wat de prijs is die we als mensheid hiervoor betalen, met andere woorden, welke vaardigheden verliezen we als mens als we en masse klakkeloos op AI gaan vertrouwen. Waar we door het gebruik van navigatiesystemen steeds minder goed zijn geworden in kaartlezen, verwachten sommige onderzoekers dat we door AI veel meer zullen verliezen. We worden niet alleen steeds slechter in het lezen en schrijven van teksten, maar ook fundamentelere vaardigheden zoals kritisch denken en ons beoordelingsvermogen staan daardoor onder druk.

Daarnaast is er de angst dat menselijke creativiteit en nieuwsgierigheid verschralen wanneer we steeds vaker kiezen voor de makkelijke en snelle antwoorden die AI ons op een presenteerblaadje aanbiedt. Dat zou op termijn zelfs kunnen leiden tot culturele homogeniteit. Kortom, de paradox van AI lijkt wel te zijn hoe beter AI ons helpt, hoe minder we zelf gaan nadenken. Een veel aangehaalde wetenschappelijke bron hierbij is een MIT-studie waarin deelnemers essays schreven met behulp van AI of zonder hulpmiddelen. EEG‑metingen toonden aan dat de groep die AI gebruikte minder neurale verbindingen vertoonde in netwerken die geassocieerd worden met geheugen en creativiteit, en dat zij zich minder goed konden herinneren wat ze zojuist hadden geschreven. Ook hersenprof Erik Scherder komt met dezelfde boodschap in zijn recente boek Liever moe dan lui waarin hij betoogt dat het gebruik van AI cognitieve luiheid en achteruitgang in de hand kan werken.

Het frame dat AI leidt tot afnemende intelligentie, doet het goed in de media met ronkende koppen als “AI maakt ons luier en dommer, veroorzaakt brainrot en dementie.” Dit veroorzaakt mijns inziens een veel te eenzijdig en ongenuanceerd beeld en er valt voldoende op af te dingen. Ten eerste is het massale gebruik van AI een dusdanig kort historisch verschijnsel dat er nog veel te weinig data is verzameld en er nog te weinig tijd is verstreken om de daadwerkelijke langetermijneffecten goed te kunnen vaststellen. Dit wordt overigens ook door de auteurs van de MIT-studie erkend in hun onderzoeksverantwoording. Ten tweede,
veranderingen in hersenactiviteit worden in deze studies vaak gepresenteerd als bewijs voor cognitieve achteruitgang, maar dat veronderstelt dat EEG-metingen een betrouwbare afspiegeling zijn van menselijk denken, een aanname die allerminst onomstreden is. Hoogleraar cognitieve psychologie en AI Max Louwerse benadert dit soort ontwikkelingen vanuit een evolutionair perspectief 3 en ziet ze vooral als een aanpassingsproces, waarbij oude vaardigheden plaatsmaken voor nieuwe. Net zoals bij de introductie van de rekenmachine het hoofdrekenen achteruitging, maar de mens daar niet dommer van is geworden. Volgens Louwerse hoeven we dus niet dommer te worden van AI, mits we het op een verantwoorde en bewuste manier inzetten. Betekent dit dan dat we ons geen zorgen hierover hoeven te maken en dat we ervan uit kunnen gaan dat de meeste mensen AI wel op een goede manier gaan gebruiken? Het is wel degelijke een terechte zorg en een maatschappelijke opgave hoe we ervoor zorgen dat AI op een verantwoorde manier ingezet en gebruikt wordt. Het is een vraagstuk waar onderwijs, overheid, opvoeders, maar ook bedrijven en instellingen, gezamenlijk moeten optrekken om met vallen en opstaan hier stappen in te maken.

Het is goed om een onderscheid te maken tussen cognitieve uitbesteding en cognitieve ondersteuning4. Wanneer iemand AI vraagt een ingewikkelde morele vraag te beantwoorden en het antwoord zonder verdere reflectie overneemt, is sprake van cognitieve uitbesteding: het denken gebeurt elders en de gebruiker beperkt zich tot het resultaat. Wanneer iemand diezelfde AI gebruikt om argumenten te ordenen, tegenwerpingen te verkennen of blinde vlekken te signaleren, maar zelf blijft wegen en beslissen, is er sprake van cognitieve ondersteuning. In het eerste geval wordt het oordeel uitbesteed, in het tweede geval wordt het denken verdiept.

Een belangrijk sleutelbegrip om AI goed in te zetten is metacognitie 5, oftewel het vermogen om bewust zicht te houden op het eigen denken, dit te volgen, te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Het ontwikkelen en cultiveren van metacognitieve vaardigheden in de omgang met AI is essentieel om de regie over het eigen denken te behouden. Dit vraagt om doelbewust plannen, kritische evaluatie van AI-output en het toelaten van bewuste denkvertraging, juist wanneer snelle en overtuigende antwoorden verleidelijk zijn. Zo blijft AI een hulpmiddel dat het denken ondersteunt, in plaats van een vervanger die het langzaam uitholt.

Het belang van metacognitieve vaardigheden wordt ook benadrukt door Nobelprijswinnaar Demis Hassabis 6, een van ’s werelds belangrijkste AI-onderzoekers. Hij stelt dat in een tijd waarin kennis snel veroudert, niet feitenkennis maar zogenoemde meta-skills doorslaggevend worden. Het vermogen om te begrijpen hoe je leert en om je denken bij te sturen, blijft volgens hem cruciaal, juist omdat AI zich razendsnel ontwikkelt. Metacognitie is daarmee geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde om menselijk leren, oordelen en verantwoordelijkheid te behouden in het AI-tijdperk.

Vraag 2 Kost het gebruik van AI niet heel veel stroom en water?

Een vraag aan ChatGPT kost tien keer zoveel energie als een vraag stellen aan Google7” en “elke AI-vraag kost wel 1 liter schoon water8” zijn beweringen waar gesprekken over AI en duurzaamheid vaak mee beginnen. Daarnaast wordt er wereldwijd miljarden geïnvesteerd9 om zoveel mogelijk datacentra uit de grond te stampen. Het gaat zelfs zover dat grote AI-spelers kerncentrales10 opkopen om verzekerd te zijn van voldoende energie in de nabije toekomst. Het is dan ook begrijpelijk dat mensen die zich zorgen maken over het klimaat en onze planeet met argusogen kijken naar de huidige en toekomstige impact van AI. Tegelijkertijd is zijn er ook voldoende wetenschappers die terecht erop wijzen dat AI juist noodzakelijk is om klimaatverandering tegen te gaan doordat het bijvoorbeeld kan helpen bij energie-efficiëntie, procesoptimalisatie en klimaatmodellering.11

Bovenstaande paradox dat AI zowel energie kost als kan besparen is niet de enige reden wat deze discussie zo lastig maakt. Er zijn meerdere factoren die hierbij een rol spelen zoals, ten eerste, het gebrek aan transparantie bij de grote AI-labs die maar mondjesmaat data over dit onderwerp publiceren vanwege het feit dat deze bedrijven deze informatie als bedrijfsgeheim beschouwen. Ten tweede is de AI-keten veel groter dan het verwerken van jouw prompt alleen waardoor de werkelijke impact vaak veel breder en onzichtbaar is (denk hierbij bijvoorbeeld aan de zeldzame metalen die nodig zijn voor het maken van de speciale AI-chips). Daarnaast speelt, ten derde, dat het gebruik van AI niet terug te brengen is tot één taak of product wat het erg lastig maakt om hier algemeen geldende uitspraken over te doen.

Om toch grip te krijgen op dit complexe vraagstuk, circuleren er allerlei statistieken zoals te lezen waren aan het begin van dit gedeelte. Volgens dr. Sasha Luccioni, onderzoeker op het gebied van AI en klimaat 12, blijken veel van deze cijfers te zijn gebaseerd op ongefundeerde schattingen en verouderde informatie13. Doordat iedereen deze informatie, bij gebrek aan beter, toch gebruikt treedt er een sneeuwbaleffect op waardoor het ten onrechte toch vaak als waarheid wordt aangenomen. De grote AI-labs hebben overigens in 2025 wel meer data over energiegebruik naar buiten gebracht. Zo schreef Sam Altman, de CEO van OpenAI, dat een gemiddelde vraag aan ChatGPT ongeveer 0,34 Wattuur aan energie kost en 0,32 milliliter water verbruikt. Dat is te vergelijken met het energieverbruik van een energiezuinige ledlamp die een paar minuten brandt en 1/15 theelepeltje water. Ook Google en het Europese Mistral publiceerden soortgelijke cijfers over energieverbruik. Dit geeft wel enige houvast maar is ook enigszins onbetrouwbaar omdat deze cijfers niet door onafhankelijke onderzoekers zijn vastgesteld of gecontroleerd. Een tweede punt is dat energieverbruik per taak enorm kan verschillen; waar tekstgeneratie relatief licht is, kan het genereren van een AI-video wel dertig keer zoveel energie kosten, en vaak zelfs meer. Een derde punt dat vaak wordt aangehaald is de Jevons-paradox: doordat AI permanent beschikbaar is, laten we vaak meer genereren dan nodig is. In plaats van één AI-plaatje laten we er direct tien maken, wat uiteindelijk leidt tot meer energieverbruik dan strikt noodzakelijk.

Het is ook goed om de cijfers voor het energie- en watergebruik van AI in het juiste contextuele perspectief te zien. ChatGPT verbruikt per jaar ongeveer evenveel energie als 20.000 Amerikaanse huishoudens. Dat klinkt veel, totdat je weet dat alle videostreamingdiensten samen 33 miljoen huishoudens aan energie opslokken dat is 1.600 keer zoveel. Recent Nederlands onderzoek schat in dat het wereldwijde AI-waterverbruik in 2025 ongeveer gelijk staat aan de gehele wereldwijde consumptie van flessen water (ca. 446 miljard liter). Dit getal moet je ook in verhouding zien tot bijvoorbeeld het wereldwijde watergebruik door golfbanen (3,4 biljoen14 liter) en de kledingindustrie (93 biljoen liter).

Deze cijfers laten zien dat het energie- en waterverbruik van AI niet los gezien kan worden van bredere digitale en industriële patronen. Tegelijk nemen ze de vraag naar persoonlijke verantwoordelijkheid niet weg. Juist omdat AI zo laagdrempelig en permanent beschikbaar is, speelt het dagelijkse gebruik van miljoenen individuele gebruikers een belangrijke rol in de totale impact. De belangrijkste knop waaraan we zelf kunnen draaien is daarom niet de technologie op zich, maar hoe, wanneer en waarvoor we AI inzetten. Bewuster gebruik vraagt om nieuwe digitale gewoontes en om het leren maken van onderscheid tussen noodzakelijke en gemakzuchtige toepassingen.

Dat begint bij het kiezen van het juiste gereedschap voor de taak. Niet elke vraag vraagt om een zwaar, generatief AI-model; eenvoudige informatie kan vaak efficiënter en zuiniger worden gevonden met bestaande zoekmiddelen. Door bewuster onderscheid te maken tussen taken die echt creatie of complex redeneren vereisen en taken die vooral het opzoeken van informatie betreffen, kan het gebruik van energie-intensieve AI sterk worden beperkt. Uiteindelijk vraagt dit om het ontwikkelen van nieuwe AI-gewoontes, waarin het gebruik van AI geen automatische reflex is, maar een bewuste keuze.

Vraag 3. Worden mensen uitgebuit zodat wij met AI kunnen werken?

Volgens econoom Paul Schenderling werken er bijna 14 miljoen mensen in niet-westerse landen voltijd voor de Nederlandse economie, wat hij classificeert als moderne slavernij. Zijn onderzoek uit 2022 houdt nog geen rekening met de enorme opkomst van AI sindsdien, terwijl er de afgelopen maanden diverse internationale publicaties 15 zijn verschenen die aandacht vragen voor een nieuwe schaduwzijde: de verborgen werknemers in landen als Kenia en India die onder zware omstandigheden en tegen lage beloning bijdragen aan het trainen, modereren en veilig maken van AI-modellen. De grote AI-labs besteden deze werkzaamheden uit aan grote partijen die duizenden werknemers in dienst hebben om data te labelen en om te bepalen wat wel en niet mag; hierbij worden de medewerkers vaak blootgesteld aan langdurige en psychisch belastende inhoud, waaronder expliciet geweld, seksueel misbruik en haatdragende beelden en teksten. Uit diverse onderzoeken16 blijkt dat deze voortdurende blootstelling kan leiden tot ernstige en soms blijvende mentale schade, die diep ingrijpt in het functioneren en het privéleven van de betrokken werknemers. Aangezien dit een recent fenomeen is en de werknemers vaak allerlei geheimhoudingen hebben getekend, is het lastig om goede inschattingen te kunne maken over de omvang hiervan. Het lijkt erop dat vooral de westerse landen de vruchten plukken van de hoge kwaliteit van de AI-modellen die mede door deze verborgen werkers tot stand is gekomen. Sommige onderzoekers spreken hier zelfs over een nieuwe vorm van kolonialisme17.

Een andere vaak onderbelichte keerzijde is juist dat AI ook kansen biedt aan mensen die in niet-westerse landen wonen. Volgens Payal Arora, hoogleraar Inclusive AI Cultures , heerst er een rationeel optimisme in het mondiale zuiden, laten ze AI vooral voor zich werken en is het volgens haar een echte revolutie hoe snel AI daar alledaags is geworden.

Samenvattend kun je wel zeggen dat AI een impact heeft op machts- en arbeidsverhoudingen en kan het een rol spelen in de morele overwegingen die je maakt hoe je AI inzet in je persoonlijke leven. AI, is net als bijvoorbeeld chocolade, elektronica en kleding, onderdeel van een complex, mondiaal productie- en distributieproces waar wij alleen het eindproduct zien en gebruiken en vaak onvoldoende besef en zicht hebben op wat ervoor nodig is om deze producten te gebruiken. De vraag is daarom niet alleen wat AI voor ons kan betekenen, maar ook wie de prijs betaalt voor het gemak en de intelligentie die wij dagelijks benutten.

FOMO18

AI roept veel vragen op, veel meer dan de drie die hierboven zijn behandeld, en een veelgehoorde klacht is dat door de snelheid van de ontwikkelingen het lijkt alsof er geen tijd is om zorgvuldige morele afwegingen te maken. Deze angst wordt enerzijds ingegeven door het gevoel de boot te missen als men er niets mee doet, en anderzijds door de enorme snelheid waarmee technologische ontwikkelingen zich voltrekken, wat op veel mensen een verlammende werking heeft. De uitdaging voor eenieder die op een verantwoorde en bewuste manier AI wil gebruiken, is om hier zelf mee aan de slag te gaan: niet alleen door te experimenteren maar vooral ook door de tijd te nemen om te kauwen op lastige ethische vragen en daarbij ook het gesprek aan te gaan met je collega’s, vrienden of familie. Hopelijk helpt bovenstaande verdieping om je voldoende context en aanknopingspunten te geven om hiermee aan de slag te gaan.

Meer weten

Hieronder een lijst met interessante boeken, artikelen en video’s voor meer achtergrond en verdieping.

Boeken

  • Erik Scherder, Liever moe dan lui (2025)
  • Ethan Mollick, Slimmer werken met AI (2026 editie)
  • Erdinç Saçan, AI voor iedereen (2025)
  • Karen Hao, The Empire of AI (engelstalig) (2025)
  • Madhumita Murgia, Code Dependent – Living in the Shadow of AI (engelstalig) (2025)

Artikelen

Video’s, podcasts

Categorieën
AI ChatGPT Ethiek Theologie

De Rooms-Katholieke kerk en AI

Kunstmatige intelligentie (AI) gaat een steeds grotere rol spelen in onze maatschappij en het is ook een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt van kerken, christelijke organisaties en gelovigen. De kerk die daarin het meest vooroploopt is wellicht de rooms-katholieke kerk. Al in 2020 hield de vorige paus Benedictus al een conferentie, de Rome Call for AI Ethics waarin afgevaardigden van de drie abrahamitische godsdiensten (christendom, jodendom en islam) en vertegenwoordigers van overheden en grote bedrijven (waaronder IBM en Microsoft) bij elkaar kwamen om afspraken te maken over een verantwoorde inzet van AI met als doel om “een toekomst te creëren waarin digitale innovatie en technologische vooruitgang het menselijk vernuft en de creativiteit dienen, in plaats van deze stap voor stap te vervangen.

Er worden ook regelmatige interessante publicaties over dit thema gepubliceerd die zeer het lezen waard zijn. Ik wil er hieronder twee noemen

  • Essaybundel Encountering Artificial Intelligence: Ethical and Anthropological Investigations. Deze bundel, in opdracht van het Vaticaan, bevat essays van diverse (katholieke) wetenschappers van over de hele wereld. De essays behandelen de theologische, ethische en antropologische aspecten van AI.
  • Publicatie Antiqua et Nova. Een studie naar de overeenkomsten en verschillen tussen menselijke en kunstmatige intelligentie. De conclusie is dat AI een product is van menselijke intelligentie en derhalve menselijke intelligentie nooit kan en mag vervangen.
Afbeelding van de voorkant van het rapport Encountering AI

De recent gekozen paus Leo XIV heeft zijn naam mede gekozen vanwege de invloed die AI op onze wereld zal gaan hebben. Hij liet zich hierbij inspireren door de vorige paus met de naam Leo (XIII), die leefde in een wereld die sterk veranderd was door de gevolgen van de industriële revolutie. Leo XIII wordt wel gezien als de grondlegger van de katholieke sociale leer zoals die is uitgewerkt in de encycliek Rerum Novarum. In onderstaande video licht paus Leo XIV zijn naamkeuze toe.

Categorieën
AI ChatGPT Essay Ethiek Theologie

Kunstmatige intelligentie geschapen naar ons evenbeeld – Spirituele en religieuze dimensies van AI (deel 2)

Dit essay is het tweede deel in de serie artikelen over spirituele en religieuze dimensies van AI en verscheen eerder op theologie.nl.

Inleiding

Terwijl ik over kunstmatige intelligentie (AI) en creativiteit nadacht, moest ik denken aan de beginregel van een reclamefilmpje uit 1984 van speelgoedmerk LEGO. Misschien ken je het wel: ‘Van LEGO kan je alles maken, een boot, een vliegtuig of een trein.’ Met voldoende bouwsteentjes kun je alles maken wat je je maar kan indenken. Dit geldt overigens niet alleen voor kinderen maar ook vele volwassenen vinden het geweldig om met LEGO te bouwen zoals de populariteit van het bekende tv-programma LEGO Masters wel laat zien.

Werken met de nieuwste golf aan AI-programma’s – die allemaal gebruikmaken van wat je ‘generative AI’ noemt –, voelt net als bouwen met LEGO. Het is werkelijk kinderspel om prachtige creaties te maken in de vorm van tekst, plaatjes of video. Dit roept natuurlijk technische, filosofische en theologische vragen op die ik in dit artikel nader wil uitwerken.

Allereerst ga ik wat dieper in op wat ‘generatieve kunstmatige intelligentie’ nu is en waarom het lijkt alsof er in korte tijd veel meer mogelijk is geworden met AI. Daarna wil ik stilstaan bij de vragen die deze nieuwe generatie AI oproept en welke diepere vragen hier aan ten grondslag liggen. Onvermijdelijk kom ik daarmee aan bij de filosofische vraag wat creativiteit is – dus ik zal proberen die te beantwoorden. Tot slot wil ik deze filosofische vraag verbinden aan het theologische scheppingsverhaal waarin God ook letterlijk met woorden de aarde schept.

Aan het eind van dit artikel staan een aantal gespreksvragen die je kunt gebruiken om over dit onderwerp met elkaar in gesprek te gaan.

Generatieve AI

In de zomer van 2022 had de Amerikaanse spelletjesmaker Jason Allen kennisgemaakt met generatieve AI.19 Iemand had hem gewezen op de AI-tool Midjourney, waarmee je in een handomdraai prachtige en zeer realistische grafische plaatjes kan maken, en sindsdien was hij verkocht. Allen maakte honderden plaatjes en was zeer gebiologeerd door de mogelijkheden van AI waarbij iedereen met woorden de meest prachtige ontwerpen kan maken.

Uiteindelijk besluit Allen om een van de creaties, genaamd Théâtre d’Opéra Spatial, op canvas af te laten drukken en mee te laten doen aan een kunstwedstrijd in Colorado. Onder het schilderij hing een bordje met daarop de tekst dat het schilderij gemaakt was door Jason Allen en Midjourney – en tot zijn grote verbazing bleek een aantal dagen later dat zijn creatie de prijs gewonnen had in de categorie digitale kunst.

Toen Allen dit bericht wereldkundig maakte op sociale media, barstte de discussie los over de gevolgen van het gebruik van AI en creativiteit waarbij de reacties varieerden van dat het oneerlijk was tot aan kunstenaars die het geweldig vonden om samen met een slimme machine nieuwe kunst te maken.

Schilderij Théâtre d’Opéra Spatial. Jason Allen en Midjourney,

Schilderij Théâtre d’Opéra Spatial. Jason Allen en Midjourney,

Midjourney is een van de vele voorbeelden van een AI-programma waarmee de gebruiker iets kan creëren. Deze vorm van AI wordt vaak aangeduid als ‘generatieve AI’ waarbij de gebruiker aan de hand van een opdracht in natuurlijke menselijke taal – een zogenaamde prompt – het AI-systeem aan het werk zet. Het AI-systeem komt vervolgens met een voorstel van een aantal creaties die de gebruikers vervolgens met een nieuwe prompt kan aanpassen of verfijnen. De meest bekende vorm van generatieve AI is zonder meer ChatGPT, dat sinds de introductie op 30 november 2022 binnen de kortst mogelijke tijd meer dan 100 miljoen gebruikers had en in Nederland alleen al 1,5 miljoen gebruikers telde.20

De basis voor generatieve AI is grote taalmodellen die vaak worden aangeduid als LLM’s: Large Language Models. Een taalmodel is een AI-systeem dat, met behulp van een algoritme, allerlei verbanden leert zo veel mogelijk teksten te lezen, en die deze verbanden op een slimme manier opslaat in een model. Er kunnen ook verbanden tussen plaatjes, muziek en woorden in het model worden opgeslagen waardoor het niet alleen tekst kan genereren maar ook bijvoorbeeld foto’s, video en audio.

Het enorme succes van generatieve AI is vooral te verklaren doordat de kwaliteit van de output van deze taalmodellen zeer goed is, gecombineerd met het gebruiksgemak. Met andere woorden: iedereen is in staat om met woorden iets creatiefs te maken. Echter, het gebruik van deze taalmodellen roept ook allerlei spannende vragen op.

Vragen

De eerste keer dat ik met ChatGPT een tekst liet maken, bekroop mij het gevoel dat ik met iets magisch te maken had. De gemaakte teksten waren zo goed dat ik enorm onder de indruk was dat AI zoiets kon doen. Tegelijkertijd roept het gebruik van deze technologie ook heel veel ethische, juridische en artistieke maar ook vooral praktische vragen op. Het voert te ver om alle vragen tot in detail uit te werken in dit artikel, maar hieronder zet ik in een kleine bloemlezing een aantal vragen die spelen op rij.

In het onderwijs sloeg de lancering van ChatGPT in als een bom.21 Scholieren en studenten kunnen ineens werkstukken en papers laten schrijven waardoor de waarde van dit soort opdrachten als toetsmiddel onder druk staat. Scholen en universiteiten moeten halsoverkop beleid maken op hoe ze hier praktisch mee om zullen gaan. Een ander praktisch probleem is dat taalmodellen soms hallucineren,22 wat betekent dat ze dingen produceren die niet waar zijn. Dit probleem is inherent aan het feit dat taalmodellen onder de motorkap werken met statistische voorspellingen en geen beeld van de wereld hebben. Dat neemt niet weg dat de uitkomsten zeer geloofwaardig kunnen overkomen; je moet als gebruiker daarom extra alert zijn.

Een hallucinerend taalmodel?

Die grote taalmodellen (LLM’s) worden gevoed met grote hoeveelheden data die letterlijk van het internet afgeschraapt zijn. Daarvan is het onduidelijk of de maker van het taalmodel, zoals bijvoorbeeld OpenAI (het bedrijf achter ChatGPT), deze data rechtmatig heeft verkregen. Verschillende mediabedrijven, zoals de New York Times24, en schrijvers en artiesten, zoals John Grisham,25 zijn rechtszaken gestart waarin zij stellen dat bedrijven zoals OpenAI zonder toestemming hun werk gebruikt hebben, en ze eisen dat hun auteursrecht beschermd wordt. Ten tijde van het schrijven van dit artikel, worden allerlei rechtszaken gevoerd en zijn er nog geen uitspraken gedaan. De verwachting is echter wel dat deze jurisprudentie gevolgen zal hebben voor de toekomst van het maken en gebruiken van taalmodellen.

Naast praktische en juridische bezwaren roept het gebruik van LLM’s ook ethische en filosofische vragen op. In hoeverre is het wenselijk dat je als recruiter vacatureteksten laat schrijven of dat je zelf plaatjes maakt waarmee je je nieuwsbrief verfraait, zonder hierbij gebruik te maken van grafisch ontwerpers? Wat doe je als ouder wanneer je kind trots aan de keukentafel vertelt dat het een prachtig cijfer heeft gekregen voor een werkstuk dat die volledig door ChatGPT heeft laten schrijven? Kortom, veel vragen waarin we als persoon, burger, medewerker of werkgever het ethische gesprek met elkaar moeten aangaan.  

Generatieve AI is een gegeven dat steeds meer ons leven zal gaan beïnvloeden en we zullen dit gesprek de komende tijd steeds vaker met elkaar (moeten) voeren. Gebruik hier bijvoorbeeld de gespreksvragen aan het einde van dit artikel als leidraad voor.

Creativiteit

Onderliggend aan bovenstaande liggen de meer filosofische vragen wat creativiteit is en of een LLM wel creatief kan zijn. Deze vragen zijn niet nieuw en worden vaak gesteld bij de opkomst van nieuwe baanbrekende technologieën. Bij de opkomst van de fotografie eind 19e eeuw schreef de Fransman Charles Baudelaire een vlammend betoog waarin hij de fotografie beschouwde als een toevluchtsoord voor mislukte en luie schilders en een verarming van de Franse artistieke geest.26 Creativiteit is dus een proces en iets waar je moeite voor moet doen om daadwerkelijk een creatie tot stand te brengen.

Volgens de Amerikaanse cognitief wetenschapper Margaret Boden, gespecialiseerd in computers en creativiteit, is een idee of ontwerp creatief als het nieuw, verrassend en waardevol is. In een essay uit 2010 onderscheidt zij drie soorten creativiteit: combinatorische, exploratieve en transformationele creativiteit.27

Transformationele creativiteit gaat over compleet nieuwe dingen of ideeën en biedt een compleet nieuwe kijk op de wereld. Een voorbeeld hiervan is het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus waarbij aarde om de zon draaide in plaats van andersom; dit transformeerde letterlijk het complete wereldbeeld. Een ander voorbeeld is het schilderij van de kunstenaar Banksy dat, tot grote verrassing en verbijstering van de bezoekers van een kunstveiling, zichzelf versnipperde.28

Exploratieve creativiteit is proberen tot iets nieuws te komen, binnen de bestaande conceptuele ruimte van het domein waarin je iets aan het maken bent. Een voorbeeld is een singer-songwriter die een nieuw country-liedje schrijft.

Bij de laatste categorie van combinatorische creativiteit gaat het om het combineren van bestaande ontwerpen, dingen en ideeën zodat er iets nieuws ontstaat. Met name in deze laatste categorie van creativiteit is door generatieve AI een ware explosie van nieuwe creaties ontstaan waarbij mensen opeens de gekste dingen met elkaar combineren van een stoel in de vorm van een avocado tot een versie van het schilderij Het laatste avondmaal van Da Vinci in de stijl van Picasso. Niet elke combinatie is even waardevol of slaat ergens op en de mens is volgens Boden op dit moment nog veel beter in staat dan de computer om dit te bepalen.

Volgens wiskundige en filosoof Stefan Buijsman, verbonden aan de TU Delft, is het indrukwekkend wat generatieve AI momenteel in staat is te maken maar is het niet creatief omdat AI niet iets maakt met een bepaalde intentie en geen beeld van de wereld heeft, zoals mensen dat wel hebben daarentegen.29 Toch is AI volgens wiskundige Marcus du Sautoy, die het boek De code van creativiteit schreef, prima in staat om kunst te maken die door experts niet van echt te onderscheiden is omdat het door patroonherkenning leert hoe kunstenaars denken. Met andere woorden, AI laat zien dat ‘de onderliggende algoritmen er in zijn geslaagd de regels te begrijpen die kunstenaars onbewust hebben gevolgd.’30

Du Sautoy en Buijsman geven beiden aan dat de intentie van de kunstenaar, oftewel het vermogen om iets te communiceren naar de wereld dan wel te reageren op de wereld, het onderscheidende kenmerk is voor creativiteit. Volgens beiden is AI vooral een hulpmiddel dat de kunstenaar kan helpen om iets creatiefs te maken als reactie op het bewust aanwezig zijn in de wereld. Zij zeggen dus eigenlijk dat iets of iemand pas creatief kan zijn als het (zelf)bewustzijn heeft. De vraag of AI zelfbewustzijn heeft of kan hebben, is van filosofische aard en verdient een daaraan toegewijd artikel. Voor nu volstaat het om te zeggen dat verreweg de meeste mensen in de Westerse wereld ervan uitgaan dat AI een ding is en dus geen bewustzijn heeft; waaruit dus (in de lijn van DuSautoy en Buijsman) volgt dat AI niet creatief is.

Created co-creator

Tot dusver de filosofie: hoe zit het met de theologie? De woorden ‘creativiteit’ en ‘schepping’ hebben een gedeelde oorsprong: het Latijnse creo. Voor christenen is schepping onlosmakelijk verbonden aan het scheppingsverhaal dat beschreven staat in het bijbelboek Genesis. Er is een duidelijke relatie tussen God en de mens als scheppend wezen waarbij God de mens naar Zijn beeld gemaakt heeft (imago dei) en de opdracht geeft om zelf scheppend aan het werk te gaan (Genesis 1:27-28).

Je zou verwachten dat er een rijke bibliotheek aan theologische literatuur bestaat waarin een theologie van creativiteit beschreven staat, maar volgens theoloog Mark Klooster, die hier onderzoek naar deed, is er verrassenderwijs zeer weinig over geschreven.31 Een van de bekendste theologen die hierover schrijft is Philip Hefner. In zijn werk omschrijft hij de mens als created co-creator, oftewel een door God geschapen scheppend wezen dat Gods scheppende werk op aarde voortzet.32

Theologen leggen het begrip imago dei op verschillende manieren uit in relatie tot creativiteit. Er is een uitleg waarin de mens unieke eigenschappen heeft, naar Gods evenbeeld, om dingen tot stand te brengen – je kunt dit de structurele interpretatie noemen – en er is een uitleg waarbij de nadruk ligt op de mens als Gods vertegenwoordiger op aarde om dingen te maken – een functionele uitleg. Een meer recente ontwikkeling in het denken hierover is de relationele benadering waarin creativiteit wordt gezien vanuit de relatie die de mens met God heeft. Het eschatologische perspectief legt de nadruk vooral op het einddoel, het inzetten van creativiteit om het Koninkrijk van God een stapje dichter bij te brengen.

De Duitse theoloog Wolfhart Pannenberg omschrijft het hart van creativiteit met het mooie begrip Weltoffenheit, waarmee hij doelt op de neiging van de mens om nieuwe dingen te ontdekken, waarvan hij stelt dat dit wordt ingegeven door een natuurlijke neiging naar het transcendente.33 Voor Pannenberg ligt de oorsprong van deze hang naar creativiteit in God en is dit wat de mens ook onderscheidt van de rest van de schepping.

Vanuit de bovenstaande visie zou je kunnen zeggen dat AI gecreëerd is door mensen naar het beeld van de mens (imago hominis) en dat je AI ook zou kunnen zien als een co-created co-co-creator. Oftewel, AI is een created co-creator die gemaakt is door de mens, die op zijn beurt weer geschapen is als created co-creator, door God.34 Generatieve AI maakt dus dingen naar het beeld van de mensen met al haar mooie en lelijke kanten, echter is het altijd een afgeleide van wat mensen ooit gemaakt hebben en mist dus de bezieling (het transcendente) en het contact met de wereld (Weltoffenheit) zoals beschreven door Pannenberg, Buijsman en Du Sautoy. Je zou kunnen concluderen dat generatieve AI in zichzelf niet creatief is maar wel door de mens gebruikt mag worden om te creëren en de wereld een stukje mooier te maken (Micha 6:8).  

Tot slot/ gespreksvragen

Christenen geloven dat de mens gemaakt is als creatief wezen en zelf, naar Gods beeld, ook dingen creëert. Mensen mogen AI dan ook vooral inzetten ter eer en glorie van het Koninkrijk van God. Hieronder vind je een aantal vragen om hier verder op te reflecteren.

  1. Vind jij dat de mens door het gebruik van generatieve AI creatiever of juist minder creatief wordt? Bedenk enkele voorbeelden voor beide opties.
  2. Hoe zou je generatieve AI kunnen inzetten in de kerk? Bedenk enkele toepassingen.
  3. Wat is jouw visie op de toekomst van creativiteit in een wereld waarin generatieve AI een steeds grotere rol speelt?
  4. Hoe denk je dat we goddelijke inspiratie en menselijke creativiteit kunnen onderscheiden in werken die (gedeeltelijk) door AI zijn gecreëerd?
  5. Denk jij dat God iemand kan aanraken door een preek die geschreven is met generatieve AI?
  6. Bedenk enkele toepassingen van generatieve AI die schadelijk zijn.
  7. Wat denk jij dat de mens uniek maakt in een wereld waarin machines steeds meer menselijke taken kunnen uitvoeren en menselijke eigenschappen hebben?
  8. Bedenk toepassingen voor je eigen organisatie (bedrijf, kerk, sportclub) waarin het gebruik van generatieve AI onwenselijk is. Bespreek met elkaar waarom je denkt dat dit zo is en welke waarden hierbij op het spel staan.
  9. Bespreek de stelling ‘over tien jaar hangen er kunstwerken in musea die volledig door AI zijn gegenereerd.’
  10. Bespreek de stelling ‘over tien jaar is het gebruik van generatieve AI net zo gewoon als het gebruik van een webbrowser of tekstverwerker.’
Voetnoten

Categorieën
AI Algemeen Ethiek Theologie

AI kan niet zonder goede theologie – opiniestuk in iBestuur

In het januarinummer van het kwartaalmagazine voor de overheid iBestuur staat een opiniestuk van mijn hand waarin ik betoog dat kunstmatige intelligentie (AI) niet zonder goede theologie kan. Ik roep daarin ambtenaren beleidsmakers en politici op om het verschijnsel AI niet alleen door een technologische bril te bekijken maar juist ook het theologisch perspectief mee te nemen en zo oog te hebben voor de diepere, vaak existentiële vragen die AI met zich meebrengt. Het artikel staat sinds 13 februari 2024 ook online op de website van iBestuur maar je kunt ook de PDF van het artikel in het papieren magazine hieronder te lezen en/ of te downloaden.

Categorieën
AI ChatGPT Ethiek Theologie

Leerdienst AI en ethiek – 28 januari 2024

Afgelopen ondag 28 januari 2024 mocht ik voorgaan in de leerdienst in de Koepelkerk in Arnhem en ik zal dan gaan spreken over het thema AI, ethiek en theologie. Deze dienst is hieronder terug te kijken

Opengenomen livestream AI en theologie

Ontdek de wereld van Artificial Intelligence tijdens onze informatieve lezing, gepresenteerd door Jack Esselink, een professional met meer dan 25 jaar ervaring in de softwarewereld, waar hij bij toonaangevende bedrijven zoals Cognos en IBM heeft gewerkt. In zijn rol als AI Evangelist heeft Jack zich toegelegd op het verbinden van theologie met de wereld van technologie.

Duik met Jack in de basis van AI en verken de opkomst van generatieve AI, waaronder ChatGPT. Ontdek de mogelijke toekomst waarin we onze wensen met woorden kunnen uiten. De lezing werpt ook een boeiende blik op de aanwezigheid van religieuze noties in de AI-wereld, met specifieke aandacht voor AI in een christelijke context, met voorbeelden zoals het gebruik op debijbel.nl, BijbelGPT en toepassingen voor missionaire doeleinden door organisaties zoals TWR.

Naast deze verkenning van AI, zal Jack Esselink ook de ethische vragen rondom AI bespreken. Hoe kunnen we op een verantwoorde manier omgaan met deze technologische ontwikkelingen? Schrijf je nu in voor een leerzame avond en laat je inspireren door de inzichten van Jack Esselink, die zijn uitgebreide expertise in zowel technologie als theologie met ons deelt.

Geheel gegenereerd door ChatGPT…

Na de dienst kunt u blijven napraten onder genot van een hapje en drankje.

Categorieën
AI ChatGPT Ethiek Theologie

Thema-avond Artificial Intelligence (AI)

Artificial Intelligence (AI)/ kunstmatige intelligentie) is een techniek die enorm in opkomst is. Het speelt in ons dagelijks leven een steeds belangrijkere rol. Overal hoor je erover. De één is er lovend over, de ander sceptisch. 

Maar wat is AI nu precies?  Is het een gevaar of een zegen? Hoe beïnvloedt het ons? Jack Esselink houdt zich als theoloog bezig met deze vraagstukken en wil samen met ons op zoek gaan naar antwoorden.

Wanneer:   7 februari 2024, 19:45 uur (inloop vanaf 19:30 uur)

Waar: VEG Elburg, Boterbloem 15, Elburg

Van harte welkom

De avond is ook via de livestream te volgen: https://www.youtube.com/@vegelburg-online

Categorieën
AI ChatGPT Ethiek Theologie

‘AI houdt ons een spiegel voor’ – interview Revive

Ik werd geïnterviewd door de website Revive over hoe AI onze wereld aan het veranderen is en wat dit betekent voor christenen. Het hele interview is te lezen op de website van Revive.

Het interview staat achter een paywall, stuur me een bericht als je het wil lezen en dan stuur ik je een PDF toe

Categorieën
ChatGPT Ethiek Theologie

Lezing ‘God en de chatbot’

Dinsdag 28 november 2023 geef ik een lezing met als titel God en de chatbot in Tilburg. Zie hieronder het affiche en de uitnodigingstekst.

God en de Chatbot

In onze tijd en wereld zijn er steeds meer verschijnselen die door mensen zelf in het leven zijn geroepen, maar die ons dreigen te overweldigen. Zoals de klimaatcrisis, de plastics in het milieu, maar ook het verschijnsel Kunstmatige Intelligentie. In het kader van het thema Een kantelende wereld  van dit jaar is er op dinsdag 28 november om 20:00 uur in de Pauluszaal van de Petrus en Pauluskerk een lezing van AI-theoloog Jack Esselink.

AI-theologie is een richting in de theologie die de consequenties onderzoekt van de opkomst van kunstmatige intelligentie voor de geloofservaring. AI staat hier voor Kunstmatige Intelligentie (Artificial Intelligence). Voor veel mensen is Kunstmatige Intelligentie een begrip waar veel dreiging van uit gaat. We zijn bang om terecht te komen in een wereld waarop we geen greep meer hebben, waarin robots en computers de baas zijn en mensen alleen nog maar kunnen volgen. Maar is die angst wel terecht? Misschien is het wel mogelijk om vanuit de kerk met Kunstmatige Intelligentie een beter zicht te krijgen op God en kan AI ons ook helpen om meer wijsheid te vergaren.

In zijn lezing God en de Chatbot gaat Jack Esselink in op zowel de zorgen over deze ontwikkeling als de kansen en mogelijkheden voor geloof en theologie. Op een beeldende manier zal hij ons meenemen in zijn verhaal hierover, maar vooral: hij zal ons uitzicht bieden. Misschien biedt de ontwikkeling in de moderne tijd kerk en geloof wel goede mogelijkheden om in onze samenleving op een nieuwe manier voor het voetlicht te komen.

Toegangsprijs is €5,–. Koffie en thee staan klaar!

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Kunstmatige Intelligentie (AI) heeft goede theologie broodnodig

Ik ben bezig om een serie van drie artikelen over AI en theologie te schrijven voor het platform Theologie.nl. Het eerste artikel met als titel Kunstmatige intelligentie heeft goede theologie broodnodig
Spirituele en religieuze dimensies van AI
is nu te lezen op de website. De andere artikelen verschijnen begin 2024.

Categorieën
Ethiek Recensie Technologie Theologie

Book review Sex, Tech & Faith – Ethics for a Digital Age by dr Kate Ott

Digital technology is reshaping the way humans communicate with each other and, for the vast majority in the Western world, the smartphone has become the most important tool for that. Modern digital tools have also transformed our sexuality as this is highly correlated with communication. This has led to an increasing digital embodiment of sexuality, which, combined with “Christianity’s ambivalent relationship to the body” (2), has led to a huge discrepancy with the current state of affairs in Christian sexual ethics. Ott’s book is a successful attempt to fill this void and she describes the goal of this book to increase the reader’s digital literacy but also to “invite them to consider their own Christian digital sexual ethic” (12).[1]

After a comprehensive introduction that establishes a robust foundation in digital literacy and sexual ethics, the book delves into five distinct issues related to digital sexuality. Each chapter begins by presenting data on the current usage, scope, and impact of the relevant technologies. This is followed by an examination of Christian perspectives on sexual ethics, enriched by insights from digital theology. Each chapter concludes with a series of discussion questions. The book’s final section includes a Youth Study Guide, offering resources for educating and engaging teenagers and young adults, as well as a selected bibliography featuring recommended readings on each topic.

In the first chapter, the author, who serves as a Professor of Christian Social Ethics at the Garrett-Evangelical Theological Seminary in Evanston, Illinois, explores the subject of digital pornography through the theological lens of humans being created in the image of God. The author notes that technology has been employed for millennia to depict and communicate sexuality, which in modern times is primarily facilitated through digital means—sexting being a pertinent example. Taking a body-affirmative stance, the author posits that “sexuality is about the whole person” (23). She challenges readers to re-evaluate their own sexual ethics, questioning whether we view others as complete beings made in the image of God, or whether we objectify them. Advocating for a values-based approach to digital pornography, she urges us to scrutinize the underlying values at stake and consider the potential for technology to contribute to human flourishing, inclusivity, and education.

This values-based methodology continues in the subsequent chapter, which focuses on online dating. The author probes how the design and underlying values of dating apps may complicate relationships that are informed by faith. In the third chapter, titled “Love Does Not Delight in Evil,” the darker aspects of digital technology in the context of sexual ethics are exposed through various examples of digital sexual abuse. Beyond ethical considerations, the author also challenges the Christian theology that condones suffering because it is a part of Jesus’ own experience. In the final chapters, the author investigates the frontiers of sexual experience in virtual reality (VR) and with sex robots. She begins from the premise that humans are “embodied, digital spiritual beings” (96), arguing that as digital technology increasingly becomes a part of our embodied experience, a richer understanding of sexuality and underpinning values is warranted.

In conclusion, this book serves as a much-needed resource for delving into the intricate and often under-discussed subject of Christian sexual ethics in our digital era. The author takes a courageous approach, unflinchingly tackling topics that are considered taboo in many religious circles. The text does not just offer cookie-cutter answers but instead provokes thoughtful dialogue and critical thinking. Reading this book necessitates a hermeneutics of faith and an open mind; it will unquestionably challenge you to reassess and perhaps update your own views on sexual ethics. While you don’t have to agree with the author’s positions, the very act of grappling with these complex issues is invaluable. Whether you’re a theologian, a (youth) pastor or religious scholar interested in the intersection of faith and sexuality in the contemporary world, this book comes highly recommended. It encourages you to explore new perspectives that could refine your understanding of key ethical issues in today’s changing world.

Kate Ott, Sex, Tech & Faith – Ethics for a Digital Age, (Grand Rapids MI, Eerdmans, 2022), 207 pp., USD 22.99, paperback (ISBN 978-0802878465).

Note from the author the key take away from the book in X thread below.


[1] Italics in original.