Categorieën
AI ChatGPT Essay Theologie

Het geloof van de AI pioniers – essay voor oktobernummer De Nieuwe Koers (2025)

Voor het oktobernummer van De Nieuwe Koers (DNK) heb ik een essay geschreven waarin ik op zoek ga naar de ideologische bronnen van de pioniers in de wereld van Artificial Intelligence (AI), Wat beweegt hen en wat is hun geloof. Je kan het artikel online lezen op de DNK-website of hieronder.

Succesvolle mensen creëren bedrijven. Nog succesvollere creëren landen. De succesvolste creëren religies. Als je een religie wilt beginnen, is een bedrijf starten vaak de makkelijkste route.” Dit zijn niet de woorden van een wereldleider, maar van de jonge Sam Altman, CEO van OpenAI – het bedrijf achter ChatGPT – die hij in 2013 op zijn persoonlijke blog publiceerde. Altman was destijds directeur van een organisatie die start-ups begeleidde en kon natuurlijk niet bevroeden hoe profetisch zijn eigen woorden bleken te zijn. Anno 2025 krijgt kunstmatige intelligentie, vaak afgekort tot het Engelse AI, steeds vaker religieuze trekken en hebben de leiders van de bedrijven die AI ontwikkelen de status van cultheld of religieus leider. Maar waarom wordt AI verheven tot religie en wat geloven de kopstukken in de AI-wereld eigenlijk zelf?

De religie achter AI

Voor veel mensen staat de tool ChatGPT synoniem voor AI. Uit recent onderzoek blijkt dat ongeveer tien procent van de volwassen wereldbevolking het wekelijks gebruikt. Daaruit blijkt ook dat het gebruik verschuift: het gaat niet langer alleen om teksten schrijven, maar ook om advies bij levenskeuzes en een partner om mee te sparren. De top drie van het gebruik van AI-toepassingen, zoals uit ander onderzoek blijkt, is gezelschap en therapie, structuur aanbrengen in je leven en – als derde – het vinden van wat betekenis geeft aan het leven. Kortom, het gebruik van AI verandert: van een behulpzame tool naar een zoektocht van het vinden van een hoger doel. Het dringt door in gebieden die tot nu toe aan menselijke interactie waren voorbehouden.

Ook in de categorie spiritualiteit wordt AI vaak ingezet om antwoorden te vinden op de diepere vragen van het leven. Soms gaat het zelfs nog verder, zoals op de website www.chatwithgod.ai, die doet alsof God zelf aan het woord is en met je communiceert. Tot nu toe zien we vooral toepassingen waarin AI zich gedraagt als gesprekspartner en kun je het moeilijk religieus noemen. Het wordt spannender als je kijkt naar de stip die de grote AI-laboratoria op de horizon zetten. Die wordt vaak aangeduid met de term Artificial General Intelligence (AGI). Dit is een vorm van kunstmatige intelligentie die niet alleen één specifieke taak kan uitvoeren, maar in principe alles kan leren en doen wat mensen ook kunnen. Van redeneren en problemen oplossen tot creatief denken en sociale interactie. Met andere woorden, AGI zal net zo slim en veelzijdig worden als een mens.

Volgens de AI-ingenieurs in Silicon Valley zal het daar niet bij blijven en zal het zich verder ontwikkelen tot superintelligentie (ASI). Oftewel: iets wat vele malen intelligenter dan mensen zal zijn. Zo zou je, figuurlijk gesproken, machines kunnen krijgen met een IQ van 10.000. Tussen wetenschappers en andere AI-experts vinden momenteel verhitte discussies plaats hoe AGI en ASI gedefinieerd moeten worden, wanneer we dit kunnen bereiken en of het überhaupt mogelijk is. Volgens Karen Hao, schrijver van het recent verschenen boek Empire of AI, lijkt de ontwikkeling van AI erg op een religie, met als groot verschil dat de ontwikkelaars niet in een hogere macht geloven, maar in een god die ze zelf aan het scheppen zijn.

De AI-ontwikkeling lijkt steeds meer op een religie. De ontwikkelaars geloven alleen in een god die ze zelf aan het scheppen zijn

Peter Thiel, een bekende AI-investeerder en opiniemaker, vindt dat men bezig is een machinegod te ontwikkelen. Volgens hem is een van de voornaamste drijfveren hiervoor dat men op zoek is naar eeuwig leven. Sam Altman, de eerdergenoemde baas van OpenAI, claimt dat in het tijdperk van AGI er onbeperkte energie en intelligentie tot onze beschikking staat. Die zal ons helpen een einde te maken aan ziektes, het klimaatprobleem, en iedereen radicale overvloed bieden. Dit rooskleurige scenario klinkt volgens Elon Musk alsof de hemel op aarde is aangebroken. Maar er is ook een andere kant. Velen, onder wie Musk zelf, zijn veel pessimistischer over wat AI ons zal brengen. Deze AI-doomers geloven dat AI een destructieve uitwerking op de mensheid en de planeet zal hebben en zien het als een existentiële bedreiging. Eliezer Yudkowsky, bekend als AI-doemdenker, geeft zijn pessimisme treffend weer in de titel van zijn nieuwe boek: If Anyone Builds It, Everyone Dies. Volgens hem overleeft niemand de komst van superintelligentie; een apocalyptische visie, een hel op aarde.

Religies hebben vaak drie bouwstenen: een scheppingsverhaal, een boodschap van verlossing en een verwachting van de eindtijd. Het is niet moeilijk om te zien dat dit ook op AI kan worden toegepast. Het ontstaansverhaal van AI is terug te voeren tot 1950, toen de Engelse wiskundige Alan Turing zich afvroeg wat het zou betekenen als machines konden denken. De term kunstmatige intelligentie werd een aantal jaren later gemunt en de rest is geschiedenis. Het verlossings- en eindtijdnarratief is vooral merkbaar in de discussies rond AGI en ASI en het ontbreekt ook niet aan verlossers. Boegbeelden als Sam Altman, Demis Hassabis en Elon Musk worden door velen beschouwd als messiassen die de wereld komen redden. Daarbij komt onvermijdelijk de vraag naar voren wat hun diepste drijfveren zijn, welke idealen hen inspireren en welk toekomstbeeld zij voor mens en wereld schetsen.

De verlossers

Johan Cruijff had in Spanje de bijnaam El Salvador en werd door velen als een ware verlosser in de voetbalwereld gezien. Diezelfde verlossingsretoriek klinkt ook rond de boegbeelden van AI, die zich presenteren als visionairs die de mensheid vooruithelpen en er heilig van overtuigd zijn dat de wereld maakbaar en optimaliseerbaar is. Het dominante idee is dat mens en wereld informatiesystemen zijn, opgebouwd uit gegevens en patronen die door slimme AI uiteindelijk te herkennen en te leren zijn. Kort gezegd: wie over voldoende tijd, rekenkracht en algoritmes beschikt, kan uiteindelijk alles in mens en wereld ontdekken, voorspellen en verbeteren. De mens in zijn huidige vorm wordt als een beperkende factor beschouwd, omdat hij fysiek kwetsbaar, intellectueel beperkt en irrationeel is en niet het politiek vermogen heeft om complexe (wereld)problemen op te lossen. Het is daarom heel logisch om de mens te willen upgraden met behulp van slimme technologie. Veel AI-onderzoekers zien de combinatie van mens en machine, ook wel cyborg genoemd, als een volgende stap in de evolutie van de mens. Een sprekend voorbeeld is Neuralink, enkele jaren geleden opgericht door Elon Musk. Het bedrijf wil het menselijk brein koppelen aan AI, maar richt zich in eerste instantie op medische toepassingen, zoals het helpen van verlamde mensen om functies terug te krijgen die zij kwijtgeraakt zijn. Musk maakt er echter geen geheim van dat deze technologie ook gebruikt zal gaan worden om de menselijke ‘bandbreedte’ flink op te schroeven. Volgens hem is de communicatiesnelheid van mensen hooguit enkele tientallen bits per seconde en daarmee veel te traag om AI bij te benen. Neuralink moet die kloof dichten door de hersenen direct met computers te verbinden, zodat mens en machine beter kunnen samenwerken. De ideologie achter het verbeteren van de mens wordt ook wel transhumanisme genoemd, een term die in de jaren vijftig van de vorige eeuw populair werd. Dit ideeëngoed kan rekenen op veel aanhangers in de AI-bubbel.

Sociaal wetenschappers Timnit Gebru en Émile Torres hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de drijfveren en het wereldbeeld dat de AI-wereld voortstuwt. Ze vatten de uitkomsten samen in de (Engelse) afkorting TESCREAL, dat verwijst naar transhumanisme, extropianisme, singulariteitsgeloof, kosmisme, rationalisme, effectief altruïsme en langetermijndenken. Al deze stromingen draaien om het idee dat de mens met technologie radicaal verbeterd kan en moet worden, tot aan onsterfelijkheid en het koloniseren van de kosmos toe.

Het draait om het idee dat de mens met technologie radicaal verbeterd moet worden, tot aan onsterfelijkheid en het koloniseren van de kosmos toe

Rationaliteit staat centraal in het denken: emoties en tradities tellen minder mee, terwijl berekenen, optimaliseren en efficiënt beslissen juist worden gezien als de weg vooruit. Torres en Gebru benadrukken vooral ook de problematische kant van deze ideologie. Hun voornaamste kritiek is dat deze geworteld is in eugenetica: een inmiddels grotendeels in diskrediet geraakte pseudowetenschap die uitgaat van de erfelijkheid van zowel fysieke als mentale eigenschappen en die meende de menselijke populatie te kunnen ‘verbeteren’ via selectieve voortplanting en uitsluiting. Het najagen van dit idee kan leiden tot uitsluiting van mensen met een beperking, tot nieuwe vormen van ongelijkheid en tot het versterken van raciale en genderongelijkheid. Aanvullende kritiek is dat AI grotendeels getraind is op westerse data, waardoor er een impliciet westers wereldbeeld in AI aanwezig is. Hierdoor zouden er potentieel nieuwe vormen van AI-kolonialisme kunnen ontstaan. Verder wordt er ook op gewezen dat de focus op existentiële voor- en nadelen de aandacht kan afleiden van de urgente kortetermijnproblemen die AI veroorzaakt, zoals de grote impact op het milieu, desinformatie en het vergroten van maatschappelijke ongelijkheid. De AI-industrie reageert verschillend: sommige bedrijven benadrukken de risico’s om meer invloed en middelen te krijgen, andere bagatelliseren ze en wijzen vooral op nuttige toepassingen.

Theologisch perspectief

Wat mij vooral opvalt als ik door een theologische bril naar de ideologie achter AI kijk, is het reductionistische mensbeeld dat hieraan ten grondslag ligt. De mens en de wereld worden vooral gezien als computersoftware waar met behulp van AI een nieuwe, verbeterde versie van kan worden gemaakt. Het gevaar is dat dit reductionisme, versterkt door machtsconcentratie, de mens reduceert tot middel en zijn werkelijke waardigheid in het gedrang brengt. Het rijke bijbelse mensbeeld waarin de mens een complex, gelaagd, relationeel en emotioneel wezen is dat in zichzelf waardig is, biedt een troostrijk en broodnodig alternatief. Niet alleen voor christenen, dit is een mensbeeld dat vooral ook in het publieke discours gehoord mag worden. De Nederlandse filosoof Herman Dooyeweerd wees er al op dat het gevaarlijk is om de mens en de wereld vanuit slechts één aspect, zoals het technische, te benaderen. Juist de veelheid aan perspectieven doet recht aan onze werkelijkheid.

Het gebruik van AI confronteert ons met onszelf, het is een spiegel die ons voorhoudt wie we zijn als mens met al onze mooie en minder mooie kanten. Tegelijkertijd dwingt het ons om na te denken over wie we willen worden als mens. Hoe we met elkaar en met de wereld willen omgaan en om na te denken wat we waardevol vinden. Door de vermeende snelheid van de technologische ontwikkelingen verzuimen we vaak om te vertragen en het moedige ethische gesprek met elkaar hierover te voeren. Doordat we in een overgangsfase zitten waarin AI nog niet geïnstitutionaliseerd is, is het des te belangrijker om dit gesprek met elkaar te voeren. Niet alleen op je werk of op school, maar vooral ook in je gezin, de kerk en gespreksgroepen.

Tot slot: de intelligentie van AGI of ASI is compleet iets anders dan wijsheid. Gelukkig bestaat een groot gedeelte van onze Bijbel uit wijsheidsliteratuur die ons leert waar het in het leven echt om gaat. Ik hoop en bid dat je door AI weer extra scherp voor ogen hebt wat er in je leven echt toe doet.

Gespreksvragen

  • In het artikel wordt beschreven dat AI steeds vaker gebruikt wordt voor persoonlijke en zelfs spirituele vragen. Herken jij dat mensen technologie gebruiken op zoek naar zingeving of richting in hun leven? Hoe kijk je daar zelf naar?
  • AI-pioniers schetsen soms een hemel op aarde (radicale overvloed, oplossingen voor klimaat en ziekte), terwijl anderen een hel voorspellen (existentiële bedreiging, ondergang van de mensheid). Welke van deze visies spreekt jou het meest aan, en waarom?
  • Religies hebben vaak een scheppingsverhaal, een boodschap van verlossing en een verwachting van de eindtijd. Zie jij dit patroon ook terug in hoe er over AI wordt gesproken? Welke overeenkomsten en verschillen vallen je op?
  • Het artikel noemt het reductionistische mensbeeld achter AI: de mens als een soort software die verbeterd kan worden. Hoe verhoudt dit beeld zich tot het bijbelse mensbeeld of jouw eigen visie op mens-zijn?
  • AI houdt ons een spiegel voor: het laat zien hoe wij denken over kennis, macht en vooruitgang. Welke vragen roept dit bij jou op over wie wij als mensen willen zijn?
  • Wijsheid en intelligentie zijn niet hetzelfde. Waarin zie jij het verschil, en hoe kunnen geloof en wijsheid richting geven in een tijdperk van toenemende kunstmatige intelligentie?

Categorieën
AI Essay Theologie

Kunstmatige intelligentie: een stukje hemel op aarde – essay Kontekstueel

Dit essay verscheen eerder in het themanummer over Kunstmatige Intelligentie van het blad Kontekstueel (38/1 – januari 2024). Losse nummers zijn na te bestellen op de Kontekstueel-website.

Biedt kunstmatige intelligentie (AI) mogelijkheden en kansen om in te zetten ter bevordering van het koninkrijk an God en hoever mag je hiermee gaan? Technologie en het christelijk geloof beïnvloeden elkaar veel meer dan de meeste mensen vermoeden. In dit artikel analyseer ik deze historische relatie en geef ik enkele voorzetten hoe een toekomst met AI voor de theologie en voor de kerk eruit zouden kunnen zien.

Inleiding

Op mijn Linkedin-profiel noem ik mijzelf AI-evangelist en regelmatig krijg ik daarom de vraag of AI iets met het christelijk geloof te maken heeft. AI-evangelist is een functie die bij bedrijven binnen de software-industrie heel gewoon is. Als AI-evangelist probeer ik mensen enthousiast te maken hoe ze AI in hun organisatie zouden kunnen gebruiken en neem ik ze mee op reis hoe ze dat het beste zouden kunnen doen. Daarnaast ben ik ook AI-theoloog waarbij ik de technologische ontwikkelingen binnen AI door een theologische bril probeer te duiden. In dit artikel vallen beide rollen samen en ga ik op zoek naar de beloftes en mogelijkheden die AI biedt, maar ga ik tegelijkertijd ook in op nieuwe theologische en ethische vragen die dit oproept. Het artikel is als volgt opgebouwd: in het eerste deel volgt een beschrijving van de historische relatie tussen het christelijk geloof en technologie en hoe deze elkaar wederzijds hebben beïnvloed. In het tweede deel ligt de focus op de historie en toepassing van AI in een algemene en theologische context. In het derde deel ga ik in op de theologische en ethische vragen die dit allemaal oproept. In het vierde en laatste deel introduceer ik het concept van apocalyptische verbeelding als mogelijke sleutel voor het doordenken van deze vragen.

Technologie en theologie

Op 18 september 2023 vond er een interessant gesprek plaats over AI en veiligheid in de fabriek van Tesla in Fremont (Californië) tussen Tesla-CEO Elon Musk, topman Greg Brockman van OpenAI, MIT-professor Max Tegmark en premier Netanyahu van Israël. In dit gesprek vergeleek Elon Musk het best case-scenario voor AI met een beschrijving van de hemel: ‘Je kunt hebben wat je maar wilt, je hoeft niet te werken, je hebt geen verplichtingen en elke ziekte die je hebt kan genezen worden,’ aldus Musk. Dit is een goed voorbeeld van hoe AI-opiniemakers zoals Musk zich steeds vaker bedienen van theologische taal. De relatie tussen religie en technologie is er een die teruggaat tot aan het begin van de Bijbel. In het zeer lezenswaardige boek From the Garden to the City beschrijft John Dyer uitgebreid de rol van technologie in de Bijbel. Van Genesis tot Openbaring zijn diverse verhalen te vinden waarin technologie een belangrijke rol speelt. Van Tubal-Kaïn, de stamvader van allen die brons en ijzer bewerken (Gen. 4:22), de redding van de wereld met behulp van de ark van Noach

Veel christenen zagen technologie sedertdien vooral als hoogmoed en niet meer als een middel om het proces van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te versnellen.

(Gen. 6-8), Besaleël (Ex. 31), de architect die vele onderdelen van de tabernakel ontwierp

en maakte, tot en met het gebruik van schrijftechnologie die Johannes gebruikt om vast te leggen wat er tegen hem gezegd wordt (Op. 1:19). Volgens Dyer hebben drie technologieën een belangrijke rol gespeeld in de verspreiding van het evangelie in de tijd van de eerste kerk. Ten eerste het gebruik van de Griekse taal, om als standaardtaal met anderstaligen te kunnen spreken. Ten tweede het netwerk van wegen die de Romeinen hadden aangelegd om de belangrijkste steden met elkaar te verbinden. En ten derde het gebruik van de codex in plaats van boekrollen, om de geschriften van het Nieuwe Testament te verspreiden. Veruit de meeste mensen konden in die tijd niet lezen en kwamen vooral in contact met het woord van God door samen te komen en te luisteren. Door de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw werd de Bijbel een boek dat relatief goedkoop gemaakt en verspreid kon worden. Mede door het pionierswerk van Luther en Erasmus in het vertalen van de Bijbel is het christendom over de aarde verspreid en beschikbaar geworden in meerdere talen.

Theologie en technologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Echter, veel gelovigen zijn huiverig om nieuwe technologie zoals AI te omarmen, omdat het niet bevorderlijk zou zijn voor je relatie met God en je naasten. In de vroege middeleeuwen werd juist het tegenovergestelde gevonden, waarbij technologie gezien werd als een middel om dichter bij God te komen. De invloedrijke Ierse filosoof Johannes Scotus (800-877) stelde dat de mens, gevormd door de Schepper, de mogelijkheid had om de verbroken band met God na de zondeval te herstellen door zelf te creëren, oftewel door technologie te gebruiken. Deze gedachte werd omarmd door de kerk en veel technologische innovaties, zoals het waterrad, werden in kloosters gedaan. De katholieke kerk wordt door sommigen ook wel het ‘Silicon Valley van de middeleeuwen’ genoemd en de achterliggende gedachte was dat technologische vooruitgang zou leiden tot morele vooruitgang. Of in meer theologische termen: vooruitgang in technologie is de reddingvoor de mens die het koninkrijk van God een stukje dichterbij brengt. Deze gedachten heeft veel christelijke denkers tot aan de Verlichting beïnvloed, toen er in het christelijke denken een kentering ontstond ten aanzien van technologie. Door technologische vooruitgang was de mens steeds beter in staat om voor zichzelf te zorgen en de wereld te begrijpen en te verbeteren. Technologie en wetenschap werden de paradepaardjes van het Verlichtingsproject. Met hun nieuwe wetenschappelijke inzichten hebben ze het traditionele mens- en wereldbeeld, waarin God de wereld geschapen had met daarin de mens als kroon op de schepping, volledig op de kop gezet. Veel christenen zagen technologie sedertdien vooral als hoogmoed en niet meer als een middel om het proces van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te versnellen.

AI en theologie

‘Kunnen machines nadenken?’ is de vraag die de Britse wetenschapper Alan Turing zich stelde in een invloedrijk paper dat hij in 1950 schreef. In navolging daarop kwam een groep Amerikaanse wetenschappers in 1956 bij elkaar om na te denken over machines die kunnen leren zoals mensen en menselijk gedrag kunnen vertonen. John McCarthy, een van de aanwezige wetenschappers, noemde dit artificial intelligence. AI is dus in essentie een technologie waarin de mens nagebootst wordt door machines intelligent gedrag te laten vertonen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd rationeel en wiskundig redeneren veelal gezien als de top van intelligentie, waarbij schaken de ultieme spelvorm was waarin dit naar voren kwam. De eerste grote doorbraak waarbij de mens door machine verslagen werd vond plaats in 1997, toen wereldkampioen schaken Gary Kasparov werd verslagen door de schaakcomputer Deep Blue van IBM. Waar hier de intelligentie vooral werd veroorzaakt door brute rekenkracht, heeft AI

AI is dus in essentie een technologie waarin de mens nagebootst wordt door machines intelligent gedrag te laten vertonen.

sindsdien vooral veel vooruitgang geboekt op het gebied van werken in natuurlijke taal. AI is niet alleen in staat om te vertalen, maar eveneens zijn de grote taalmodellen (vaak afgekort tot LLM: Large Language Model) die ten grondslag liggen aan producten zoals ChatGPT en Google Bard ook uitstekend in staat om zelf teksten te genereren. Deze functionaliteit is massaal door de wereld omarmd om mee te experimenteren en wordt steeds vaker ingezet om repetitieve en saaie werkzaamheden zoals bijvoorbeeld het schrijven van notulen van een vergadering te automatiseren. Ook in de christelijke wereld wordt er volop geëxperimenteerd met deze technologie. Zo schreef voorganger Marijn Vlasblom in december 2022 op social media dat hij, als experiment, een preek had laten maken door AI die niet van echt was te onderscheiden, en zo werd er in het voorjaar van 2023 in Duitsland een kerkdienst gehouden die bijna volledig door AI werd vormgegeven. De gebeden, de preek en de liederen waren allemaal geschreven door ChatGPT en de dienst werd grotendeels uitgevoerd door avatars: digitale creaties die in allerlei gedaantes op een scherm verschenen, preekten en baden. Ook christelijke zendingsorganisaties zoals Trans World Radio zijn druk bezig om te kijken welkerol AI, naast bestaande technologie zoals radio, mobiele apps en het internet, kan innemen om hun missie te versnellen om iedereen op de wereld met het evangelie te bereiken. Samenvattend kun je zeggen dat AI overal in de wereld zorgt voor opschudding en er veel wordt geëxperimenteerd om te kijken waar de kansen liggen, maar ook de grenzen.

Nieuwe vragen

AI wordt door de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) aangeduid als systeemtechnologie en verwacht wordt dat dit de komende decennia voor grote sociale, economische en maatschappelijke veranderingen zal gaan zorgen. Daarom roept het gebruik van AI ook veel ethische, theologische en hermeneutische vragen op. Naast oeroude theologische vragen of de mens met AI voor god speelt, duiken er ook nieuwe ethische vragen op, zoals of we AI op termijn morele rechten moeten geven. Wat opvalt is dat AI hierbij functioneert als een spiegel die laat zien wie wij zijn met al onze mooie en minder mooie kanten, maar die ons tegelijkertijd ook op existentieel

In feite zijn dit religieuze vragen verpakt in een seculier jasje.

niveau confronteert met onszelf en met de diepste vragen van het leven. Doordat we steeds meer omringd worden door slimme non-humane entiteiten, in meer christelijk jargon ‘nieuwe naasten’, rijst de vraag wie de mens is en wat de mens uniek maakt. Naast deze antropologische vraag doemen er ook vragen op die soteriologische en eschatologische noties bevatten. Oftewel: zorgt AI voor verlossing en hoe ziet het einde eruit? Zorgt AI, zoals Musk zegt, voor de hemel op aarde, of draagt het zorg voor het einde van de mensheid? In feite zijn dit religieuze vragen verpakt in een seculier jasje en veel mogelijke toekomstperspectieven bevinden zich aan de uiteinden van het utopisch of dystopisch spectrum.

Al deze vragen zorgen voor veel onzekerheid en onrust. Vaak ontbreekt er een nuchter en realistisch perspectief hoe je hiermee om moet gaan. Hoe ga je als christen op een verantwoorde manier om met AI en hoe maak je hierin voor jezelf goede ethische en theologische afwegingen? Een sleutel die hierbij behulpzaam zou kunnen zijn, is apocalyptische verbeelding.

Apocalyptische verbeelding

Het woord apocalyptisch roept bij veel mensen een dystopisch beeld op van het einde der tijden. In de culturele narratieven van het huidig tijdsgewricht duidt het vaak een overgang aan van de huidige tijd naar een andere tijd die gepaard gaat met een schokgolf van rampen en ellende zoals te zien is in films als Apocalypse Now en Terminator. In de theologie wordt dit vaak gekoppeld aan wat er over de eindtijd is geschreven in het boek Openbaring. Niet verwonderlijk, want de Griekse naam voor Openbaring is Apocalyps.

Een apocalyptische visie in onze tijd behelst een dualistisch beeld waarin het goddelijke en het menselijke elkaar ontmoeten en waarin een duidelijke scheiding is tussen het heden en het hiernamaals – of zogezegd tussen de huidige hemel en aarde en de nieuwe hemel en aarde. In de historische context van de Bijbel was er een monistische vorm van apocalyptisch denken waarbij men vooral nadacht hoe goddelijke onthullingen, hetgeen de letterlijke vertaling van het woord apocalyps is, konden worden toegepast om een betere wereld te creëren. De theoloog Michael Paulus beschrijft in zijn boek Artificial Intelligence and the Apocalyptic Imagination dat apocalyptische verbeelding een theologische interpretatie van de werkelijkheid is die diepere dimensies van kennis, ruimte, tijd en handelingsbekwaamheid onthult om een zo een narratief te bieden voor een betere wereld. In een ander boek (AI, Faith, and the Future: An Interdisciplinary Approach) haalt Michael Paulus N.T. Wright aan, volgens wie ‘apocalyptische verbeelding een visie van de nieuwe schepping is die precies overlapt met de huidige schepping en deze daardoor juist transformeert’ (p. 257). Dat laatste is de sleutel voor een gezonde kijk op de toekomst met AI en biedt een alternatief narratief als tegenhanger voor de utopische en dystopische narratieven.

Met de apocalyptische verbeelding trek je de lijn juist terug vanuit Gods nieuwe schepping en schep je een conceptuele ruimte waarin AI zou kunnen helpen om een toekomst te creëren die hoop biedt.

Bij deze apocalyptische verbeelding geeft Michael Paulus een aantal vragen mee voor het ethische gesprek. Wat zijn de ultieme vormen van hoop en doelen die worden nagestreefd? Wie doen daarin mee en hoe worden deze doelen bereikt? En verbetert AI politieke, economische en sociale gerechtigheid en vrede? Worden we er individueel en collectief betere mensen van? AI is namelijk niet alleen technologie maar bovenal een sociaal, cultureel en spiritueel fenomeen dat onze maatschappij steeds meer gaat vormen. Dat vraagt om een nieuw realistisch verhaal hoe je je hiertoe kan verhouden. De apocalyptische verbeelding laat zien dat het misschien mogelijk is om met AI een stukje hemel op aarde te realiseren.

Categorieën
Technologie Theologie

Recensie Dank God voor techniek – Maaike Harmsen

In onze wereld neemt techniek een belangrijke plaats in en bepaalt voor een steeds groter gedeelte onze maatschappij en hoe wij naar de wereld kijken. Wie kan zich nu nog een leven zonder smartphone voorstellen? Tegelijkertijd hebben christenen vaak een haat-liefde verhouding met techniek en hebben vooral oog voor de negatieve gevolgen ervan. In het boek Dank God voor techniek doet theoloog en techniek-liefhebber Maaike Harmsen een manmoedige poging om dit beeld te kantelen en ons te laten realiseren dat we best dankbaar mogen zijn voor de techniek die God ons gegeven heeft. Het lijkt erop dat boeken die gaan over de invloed van techniek op onze samenleving in één van de volgende categorieën vallen: óf het betreft een optimistische kijk die gelooft dat techniek ons leven beter maakt en dat je met techniek problemen als de aanstaande klimaatcrisis kan oplossen, óf een pessimistische blik, die ervan uitgaat dat techniek de belangrijkste oorzaak van onze wereldproblemen is en dat dit in de toekomst alleen maar verergert. Harmsens boek val er precies tussenin en geeft een realistisch en pragmatisch beeld over wat techniek is en hoe je je als christen daartoe kan verhouden.

Bijbelstudies

Het boek bevat tien bijbelstudies, verdeeld over tien hoofdstukken, waarin elk hoofdstuk een technologisch thema verkend wordt en gekoppeld wordt aan een bijbellezing. Elke studie is gebaseerd op een preek die de auteur in het verleden gehouden heeft en deze zijn omgevormd tot overdenkingen die worden afgesloten met gespreksvragen. Harmsen laat een breed pallet aan technologische thema’s de revue passeren die elk zeer relevant en waarvan sommige bijzonder actueel zijn (bijvoorbeeld het thema landbouw wat in hoofdstuk 6 Speer, schoffel en kas behandeld wordt). De onderwerpen variëren van de klimaatcrisis, tot kunstmatige intelligentie (AI) tot en met het heelal en ruimtevaart. In de inleiding schrijft de auteur dat zij geen technische achtergrond heeft omdat zij “slechts theoloog” (12) is en het boek geschreven heeft uit nieuwsgierigheid naar techniek en wat er vanuit de bijbel hierover te zeggen valt. Ze hoopt dat deze nieuwsgierigheid ook bij de lezer wordt aangewakkerd en ze is daar, wat mij betreft, uitstekend in geslaagd; het boek is vlot geschreven en de technische onderwerpen worden op een toegankelijke manier uitgelegd (hetgeen een groot voordeel is als een niet-techneut een boek over techniek schrijft). De inhoud heeft tegelijkertijd ook voldoende diepgang en Harmsen weet goed de relevante thema’s en morele vraagstukken uit het vakgebied te beschrijven en koppelt deze aan interessante bijbelgedeelten.

Mensbeeld

Waar sommige recensenten haar een gebrek aan exegese verwijten, is het goed om te beseffen dat dit geen verzameling preken is maar een reeks korte inleidingen op technische thema’s vanuit bijbels perspectief, die vooral kunnen aanzetten tot een gesprek hierover met elkaar. Wat opvalt is dat bijna alle gekozen bijbelgedeelten uit het Oude Testament komen en gebaseerd zijn op theologisch-antropologische teksten, met andere woorden, teksten die gaan over wie de mens is en hoe deze zich mag verhouden tot God, andere schepselen en de wereld. Het mensbeeld wat in de Bijbel wordt geschetst biedt verrassend veel relevante aanknopingspunten voor de technologische uitdagingen van de 21ste eeuw. Het mensbeeld dat Harmsen door het boek heen schetst, en welke als een rode draad die door het boek heen loopt, is dat de mens op de aarde is gezet om de aarde te bewerken en, professor Klaas Schilder parafraserend, om zichzelf te ontwikkelen en te leren. Techniek is hierbij ontegenzeggelijk een belangrijk middel om dat te doen, met als doel om God groot te maken. Daar waar het christendom nog wel eens verweten wordt dat deze teksten misbruikt zijn als rechtvaardiging voor het plunderen en vervuilen van onze aarde (bijvoorbeeld White, 1967), merkt Harmsen terecht op dat we de aarde “niet alleen [moeten] bewerken maar ook bewaren, dat is onze diepmenselijke opdracht” (67)[1]. Ook hier valt op dat haar pragmatisch-realistische benadering een heldere en nuchtere kijk vormt die richting kan geven in maatschappelijke debatten, zoals bijvoorbeeld het stikstofdebat, die steeds meer worden gedomineerd door extreme standpunten en waar steeds minder de bereidheid is om naar elkaars standpunten te luisteren en samen te werken. Ik zou haar benadering willen kenschetsen als een moderne vorm van christelijke deugdethiek, waar bij christelijke politieke partijen gelukkig ook steeds meer aandacht voor is (bijvoorbeeld Van Putten (2022)), waaruit blijkt dat bijbels geïnformeerde deugden nog steeds een zegen kunnen zijn voor onze gepolariseerde samenleving.

Maaike Harmsens boek verdient een brede lezerskring onder theologen, predikanten, voorgangers, leesgroepen en iedereen die geïnteresseerd is in een christelijke doordenking van het gebruik van technologie. Het boek combineert kennis van zaken met originele theologische reflectie en moedigt de lezer vooral aan om zelf kritisch na te gaan denken over de rol van technologie zonder daarbij normatief te worden. De enige kritische noot die ik zou willen plaatsen is dat ik niet eens ben met Harmsens positie dat zij niet gelooft in morele vooruitgang (123) en dat elke poging tot een utopische nieuwe samenleving, zoals bijvoorbeeld de Mars-kolonie van Elon Musk, gedoemd is om te mislukken vanwege de zondige natuur van de mens. Er is mijns inziens de afgelopen honderden jaren wel degelijk vooruitgang geboekt en technologie heeft daar ook deels in geholpen, denk hierbij aan de afschaffing van de slavernij en de emancipatie van vrouwen, maar tegelijkertijd ben ik het Harmsen eens dat we niet klakkeloos moeten geloven in een maakbare samenleving en dat we vanuit onze christelijke identiteit met wijsheid mogen handelen, of zoals zij het zegt “alle vragen over techniek komen weer terug naar wie jij bent, wie jij wilt zijn voor God en je naaste” (126).

Sticker

Bij het boek wordt een sticker meegeleverd waarmee je kan laten zien dat je God dankt voor techniek. Op de foto zie je de sticker die ik op mijn gitaarkoffer geplakt heb.

Tot slot, de boekomslag, de bijgeleverde “Dank God voor techniek”-sticker en de ondertitel van het boek (bijbelstudies voor ruimtereizigers) verwijzen naar ruimtevaart en geven het boek een nerdy uitstraling en zal sommige potentiële lezers misschien afschrikken. Ik zou die mensen juist van harte willen aanraden om juist wel het boek te lezen want het helpt terdege om je als christen te navigeren in onze door technologie gedomineerde 21ste eeuw met als devies ‘Dank God voor techniek” en ik bedank Maaike Harmsen voor het prachtige boek hierover.

Referenties

Jong, Matthijs de. (2022). “Een exegetische verkenning van Genesis 1:26-28.” Met Andere Woorden, jaargang 41/ 2. https://debijbel.nl/bericht/heersen-als-beeld-van-god-geen-ramp-voor-de-aarde

Putten, Robert van. (2022). Tien deugden voor politiek en overheid (Amersfoort: Wetenschappelijk Instituut ChristenUnie). https://wi.christenunie.nl/uitgaven-details/10212096/boeken/10285772/tien-deugden-voor-politiek-en-overheid.

Urk-Coster, Eva van. (2022). “Ecologisch Bijbellezen in het antropoceen.” Met Andere Woorden, jaargang 41/ 2. https://debijbel.nl/bericht/ecologisch-bijbellezen-in-het-antropoceen

White Jr, Lynn. (1967). “The historical roots of our ecologic crisis.” Science, 155 (3767), 1203-1207.


[1] Steeds meer theologen lezen deze teksten uit Genesis vanuit een ecologische hermeneutiek. Zie bijvoorbeeld Van Urk-Coster (2022) en De Jong (2022).